Anneke van Dok: Monument vol herinneringen

Zowel de Wilhelminaschool als het Zaanlands Lyceum aan het Ruyterveer, waar ik rekenen, schrijven en algebra leerde, werden gesloopt voor een nieuwe bestemming, maar de Juliana van Stolbergschool wordt een gemeentelijk monument.

Dat is goed nieuws. Eigenlijk zou niet alleen het gebouw, maar ook het onderwijs dat erin werd gegeven, tot cultureel erfgoed moeten worden verheven.

Door Anneke van Dok

De huishoudschool, zoals de school voor lager en middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs kortweg werd genoemd, bestaat niet meer, maar vormde een halve eeuw geleden het eindonderwijs van menig meisje. Gerrit Zalm verzuchtte eens in de televisie-interview dat hij het betreurde dat de huishoudschool niet meer bestond, om toekomstige huisvrouwen of -mannen de kunst van het zuinig huishouden bij te brengen. Zoals het beheren van een budget, het koken volgens een gezonde voedingsleer en het vervaardigen of herstellen van kleding.

Er was ook een kappersklas aan de school verbonden en juf Tineke Netelenbos doceerde Kinder -en Jeugdverzorging in de onwetendheid dat ze ooit staatssecretaris van Onderwijs en minister van Verkeer en Waterstaat zou worden. Mijn man Paul van Dok was er leraar lichamelijke opvoeding. Zijn gymlokaal had een klein euvel, dat door de gemeentearchitect over het hoofd was gezien. De deur ging naar binnen open, zodat de warming up met een klein omweg plaats vond om te voorkomen dat één van de rondrennende meisjes een openzwiepende deur in het gezicht kreeg.

Hij klaagde ook weleens over het lokaal boven hem, waar Trompie haar muzieklessen verlevendigde met Afrikaanse volksdansen. Wie evenwel denigrerend over zijn school of zijn meiden sprak, was nog niet jarig. We waren beiden erg trots op de coupeuse-klas die mijn trouwjapon ontwierp en in elkaar naaide.

Custardpudding

Gerrit Zalm had het niet helemaal bij het rechte eind met zijn gemijmer, want zowel de huishoudschool als de ambachtsschool kregen moderne opvolgers. Toch wordt er door oud-leerlingen en vroeger was het beter-fanaten nog met weemoed over de Juliana en de Jedeloo gesproken.

Wie kan er tegenwoordig nog een custardpudding maken zonder een pak instant-poeder open te scheuren, en wie timmert er nog, als eerste werkstuk, een aardappelkist voor zijn moeder? Toch heeft niemand heimwee naar gesteven witte schorten en lakens op de bleek.

Onze kinderen en kleinkinderen hebben veel geleerd, als ze deze week slagen voor het vmbo of het mbo, maar ze hoeven geen jassen meer te keren en kousen te mazen, hoewel dat uit een oogpunt van duurzaamheid wel een goed idee zou zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *