Huisbioloog David Sluis: Zien en niet gezien worden

Hij zat er weer, zoals zo vaak de laatste jaren. In de Es aan de overzijde van de Melksloot, zo heet deze op historische kaarten van ’t Kalf Zaandam. De Melksloot grenst aan mijn achtertuin.

De Es is al helemaal bladerloos en daarom viel hij gemakkelijk op dit keer. De Zwarte elzen en Grauwe wilgen erachter ‘zitten’ nog opvallend goed in het blad.

De herfst is laat dit jaar, extreem laat zelfs, aldus de natuurkalender en ook mijn eigen ‘boreale’ perceptie van de 52e breedtegraad.

Als de Es zomers vol in blad staat is hij een stuk lastiger te spotten, de struikrover. Gelukkig ben ik behept met een zeer geoefend ‘haviks’ oog en meestal ontdek ik hem dan toch. Nee, er ontgaat mij weinig. Alles wat sowieso vliegt of ergens ‘zit’ wordt bewust of onbewust gescand en/of gedetecteerd. Het is een tic, of beter, een prettige verbondenheid met de natuur, zo kun je het duiden vanuit zekere kringen. Andere kringen categoriseren dit met ‘compulsief gedrag’, je kunt gewoon niet anders! Nou inderdaad, daar zal het wel op neerkomen ‘in the end’.

Maar wat zien we nu in die boom aan de overzijde van de Melksloot zitten? Weet jij wat het is? Vooruit, een kleine hersenbreker met 4 keuzes:

a)     Torenvalk
b)     Blauwe kiekendief
c)     Sperwer
d)     Havik

Het goede antwoordt is C, de Sperwer dus. Het rijtje bevat allemaal roofvogels voor de duidelijkheid. De Sperwer is een prachtig getekende roofvogel, zoals je zelf kunt zien. Vanaf een meter of 5 hoog zie je hem intensief observeren, van links naar rechts en soms achterom. Zijn ogen zitten vrij vooraan in zijn kop, in tegenstelling tot bv een Wilde eend, een teken dat we met een predator te maken hebben. Met deze oogpositie kun je beter diepte schatten, maar maakt wel dat je een goed beweegbare nek moet hebben, en dat wordt op de foto’s gedemonstreerd.

Rechts_kijkend

David Sluis: Rechts_kijkend

Hij lijkt qua verenkleed sterk op de Havik, die alleen stukken groter is (en zeker het vrouwtje Havik, die is nl groter dan het mannetje, evenzo bij de Sperwer). Dat dit overduidelijk een mannetje Sperwer is kun je zien aan de oranje aangelopen veren op de borst. De iris is geel, maar kan ook oranje worden, bij beide geslachten.

De foto is niet van de hoogste kwaliteit en dit komt doordat ik door het thermopane van de zolder dakkapel heen moest fotograferen.  Overigens met een telezoom 70x210mm lens die ik al sinds 1987 in mijn bezit heb. Ik kocht hem bij Camex op de gedempte gracht voor ca 400 gulden. Destijds beschikte ik over de allereerste autofocus camera ter wereld die op de markt kwam: de Minolta 7000. Het was een ware revolutie; een camera die zichzelf scherp stelde, onvoorstelbaar. Nu is het de normaalste zaak van de wereld, alhoewel manueel scherpstellen soms best nog handig is. De camera zelf, de body, kwam trouwens uit Duitsland. Het jaar daarvoor zat ik nog onder de wapenen, ik was onderwater duiker bij de Landmacht Genie, en moest voor een oefening naar onze oosterburen. Je kon in dat immense militairendorp belastingvrij spullen kopen, tenminste als je daar vast gelegerd was, en dat was ik natuurlijk niet. Maar bij het binnentreden van de ‘mess’ (eetzaal) zat daar tot mijn grote verbazing een andere Westzaner, die daar permanent gelegerd zat. En je weet Westzaners onder elkaar… Later is het merk Minolta overgenomen door Sony, maar de lenzen passen nog steeds anno 2019 en ik ben inmiddels 5 spiegelreflex body’s verder. De 70x210mm trouwens is mijn favoriete lens, vanwege het rijke boukeh en de sublieme optische kwaliteit ervan.

Als ik buiten ben, bijvoorbeeld in de tuin, dat hoef ik geen enkele moeite te doen om roofvogels te ontwaren, ook al kijk ik niet om me heen. Dat wordt nl voor me gedaan. Indien de Sperwer of een andere roofvogels overvliegt dan is de hele aanwezige avifauna in rep en roer. Van eenden tot Kauwtjes. Dit alarmeren is auditief zo opvallend dat je weet dat er stront aan de knikker moet zijn. Zeer opvallend is overigens dat het aanwezige broedpaar Buizerd (en soms meervoud)  in de Schietwilgen even verderop, veel minder stof doen opwaaien. Kennelijk weten de birds dat deze roofvogels relatief ongevaarlijk zijn voor hen, tenminste zo interpreteer ik het. De Buizerds worden nog wel opgejaagd/achtervolgt door Eksters of meeuwtjes bv, maar daar blijft het dan bij. Het liefst vliegen de Buizerds als er veel thermiek is, en cirkelen dan als een zweefvliegtuig omhoog, de luie donders. Zo niet de Sperwer, die is koel, afwachtend en een berekenende killer. Hij observeert eerst goed zijn omgeving die hij op zijn broekzak kent. Waar zijn lekkere behapbare maaltjes vandaag? Een Koolmees, Merel of Spreeuw bijvoorbeeld. In het Engels heet hij dan ook Sprarrow hawk; spreeuwen havik. En dat mag rustig van de voertafel, trottoir of van een of boomtak zijn. Zeker het mannetje zal niet veel groter gaan qua prooien, het vrouwtje waarschijnlijk wel. Die acht ik in staat een Gaai of Houtduif te slaan.

Sperwer met een prooi (Wikipedia)

De Sperwer is enorm wendbaar. Dit komt door zijn relatief korte brede vleugels. Dit is handig om zelfs in de kleinste hoekjes onverwacht toe te kunnen slaan. Als hij eenmaal op de vleugels gaat, weet je niet wat je ziet. Het gaat oerend hard en met grote coördinatie. De vogels worden uit het niets verrast, als een sniper die van 100m afstand iemand omlegd. De Sperwer neemt in de laatste split second van zijn vlucht, de houding aan van een lijsterachtige. Ik heb dat één keer zelf gezien.  Op deze manier is de verrassing compleet. “Kijk jongens een lijster”: kaboem@#!, RIP, einde oefening. Ik heb de Sperwer al diverse malen rondom mijn huis vogels zien slaan. Aan zijn messcherpe klauwen is niet te ontkomen. Hij schermt met zijn vleugel zijn prooi af (als een parasol), en dood de vangst snel. Daarna wordt het lijk naar een plukplaats gebracht en daar verorberd of aan de jongen gevoerd.

Sperwers zijn algemeen verspreide broedvogels in Nederland. Zowel in bosgebieden als halfopen landschap en ook in de stad gedijen ze goed. In de Zaanstreek zullen geschat een 10-tal(len) paren kunnen leven, maar exacte cijfers heb ik niet. In de vlucht zijn ze meestal goed te onderscheiden. Ze klapperen zo een 5 a 6 keer en ‘glijden’ dan een stukje uit. In combinatie met hun vleugelvorm (handpenprojectie) is de herkenning goed te doen. Onderscheid met Havik kan wel lastig zijn. Goed kenmerk is de nagenoeg rechte achterzijde van de staart bij de Sperwer, tegen een meer afgeronde bij de Havik, maar er zijn meer subtielere verschillen.

De grootste natuurlijke vijand van de Sperwer is de Havik, en die zie ik soms ook wel in de omgeving van Zaandam.

Groentjes!

 

 

Hier vind je onze regels

Reageren? Ja, graag!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *