De Fototijdreis van deze week brengt ons naar het oosten van Zaandam, waar ter hoogte van de Julianabrug in een ver verleden een fraaie molengroep stond.

De tijd staat niet stil. Er wordt gebouwd en gesloopt, straten verdwijnen, nieuwe wijken verrijzen. Winkels gaan weg, bedrijven sluiten, groen maakt plaats voor nieuwbouw. De Zaanstreek is de afgelopen decennia sterk veranderd. De Orkaan brengt dat in beeld. Op één plek die in het verleden op de foto is gezet, maken we nu opnieuw ‘dezelfde’ foto. Zoek de verschillen…

De oude foto is in 1986 door dagblad De Zaanlander gebruikt om een tegeltableau te laten maken vanwege hun 100-jarig bestaan. Op het onderschrift van dit tableau staat “Anno De Zaanstreek 1886”, maar dit jaartal klopt niet omdat oliemolen De Wachter pas in 1891 verdween. Vermoedelijk zocht De Zaanlander een geschikte foto van omstreeks 1886. Deze foto is afkomstig uit de beeldbank van de Zaansche Molen. Bert Versteeg maakte de eigentijdse foto.

Molengroep

Op de oude foto zien we enkele molens aan de Kalverdijk met links oliemolen De Windhond. Daarnaast de nog steeds bestaande oliemolen De Ooievaar, oliefabriek De Wachter, pelmolen De Klok en het schiereiland De Hemmes, waarop ooit acht molens stonden. De fotograaf stond achter café De Zwaan, dat aan de Lagedijk in Zaandijk stond, ongeveer tegenover het Schoolpad.

De Windhond had als bijnaam De Dunbil, maar had ook een aantal spot- of scheldnamen, zoals Het Orgel, Het Liederenbord en De Wurmenpot. De molen was in 1633 gebouwd als enkelwerks oliemolen, waarvoor eigenaar Claes Cornelisz. op 9 januari 1634 de windbrief kreeg.

Op 13 mei 1722 werd de molen tegen brand verzekerd. Uit het bedrag dat de eigenaar bij brand van een collega olieslager moest betalen, bleek dat De Windhond was verbouwd tot een dubbele oliemolen. In 1770 kwam de molen in bezit van de familie Honig, die er heel lang mee bleef werken. Pas in 1897 werd De Windhond verkocht aan de Koger schilder Piet Visser, die de molen als verfmolen liet inrichten.

Op 17 september 1910 wordt de molen voor afbraak geveild, waarna in 1911 de kap en het bovenachtkant werden gesloopt. De onderbouw en de schuren bleven staan en deden dienst als pakhuis  voor stijfselfabriek van de familie Honig. In de winter van 1933/34 werden deze opstallen gesloopt om plaats te maken voor de op- en afrit van de Julianabrug.

De Kalverdijk werd door de bouw van de brug  en de aanleg van de Leeghwaterweg in tweeën gedeeld, waarbij het noordelijk deel de Kalverringdijk werd en het zuidelijk deel de Diederik van Sonoyweg. Diederik van Sonoy was tijdens de Tachtigjarige Oorlog gouverneur van het tegenwoordige Noord-Holland boven het IJ. Onder zijn bewind werden de Spanjaarden uit het gebied verdreven.

Tijdens de bouw van de nieuwe Julianabrug werden in 2008 de oude oliekelders teruggevonden.

De volgende molen is oliemolen De Ooievaar, die in 1622 in Assendelft is gebouwd en had toen nog geen naam. In 1669 kocht Pieter van der Ley de molen en liet deze verplaatsen naar de plek waar hij al ruim 355 jaar staat.

Het is een wonder dat de molen nog bestaat, want in 1955 was het een bouwval en was de sloper al besteld. Door de inzet van Zaanse molenvrienden, verenigd in de Vereniging De Zaansche Molen, werd de molen gered en gerestaureerd.

Op de hoek van de Zaan en de Poel stond alweer een oliemolen: De Wachter of Roode Wachter, waarvan het bouwjaar onbekend is. De molen werd voor het eerst genoemd in een document van 12 juli 1663.

De molen zou in de loop der jaren verschillende eigenaren krijgen en kwam uiteindelijk op 11 september 1819 in bezit van Evert Smit, die er Fl. 8.500,- voor betaalde. Evert Smit had twintig oliemolens in zijn bezit en was daarmee één van de grotere olieslagers in de Zaanstreek.

Op 23 oktober 1880 verkocht Smit De Roode Wachter, samen met het naastgelegen pakhuis De Schans en een stuk weiland, voor Fl 15.175,- aan de firma Teunis Crok uit Koog aan de Zaan. Het bedrijf werd in 1891 gesplitst.

Dirk Crok begon samen met zijn zwager Jan Laan met stoomolieslagerij De Engel en oliemolen De Bonte Hen en richtte de firma Crok en Laan op. Jan Crok kreeg De Wachter, die hij liet slopen. Op de plaats van de molen kwam een stoomolieslagerij, die ook De Wachter werd genoemd.

Het bedrijf bleef tot 1933 in bedrijf en werd toen geliquideerd. Het terrein en de opstallen werden aan de firma Duyvis verkocht. De opstallen werden pas in 1988 gesloopt, waarna Duyvis op het vrijgekomen terrein in 1991 een nieuwe nootjesfabriek liet bouwen.

Pelmolen De Witte Klok werd in 1748 gebouwd op het erf waar eerder bovenkruier-zaagmolen De Reizende Man had gestaan. Deze zaagmolen werd in 1742 gesloopt. De Witte Klok kwam in 1793 in bezit van de familie Couwenhoven, die er tot 1922 mee werken bleef.

Twee jaar later werd de molen afgebroken en in Alkmaar (Oudorp) herbouwd als korenmolen `t Roode Hert. De schuren bleven in Zaandam achter; hier vestigde zich extractiefabriek T.O.C. De schuren werden in 1990 gesloopt.

Op de achtergrond zien we het schiereiland De Hemmes, ook de Kalverhem genoemd, dat tussen De Poel en De Kuil ligt. Op de Hemmes stonden ooit de oliemolens De Oranjeboom, De Roggebloem, De Oude Zwan, De Zeemeeuw, De Kogmeeuw, De Zaadzaaijer, De Prolpot en De Poelsnip.

Deze molens zijn tussen 1909 en 1941 verdwenen. Daarbij moet worden aangetekend dat de schuren en onderbouw van de Zaadzaaijer in 1949 werden gesloopt en die van De Oude Zwan in 1984. Momenteel zijn er plannen om op de Hemmes woningen te bouwen. Tenminste één molen zal worden herbouwd en worden ingezet om elektriciteit op te wekken.

Foto uit de beeldbank van de Zaansche Molen
Bert Versteeg, 2025

Bekijk hier alle fototijdreizen.

Foto en tekst 2025: Bert Versteeg. Bronnen: Zaanwiki, Molendatabase, Beeldbank Zaansche Molen en Wikipedia.