Het is nog een dagje Poëzieweek. Tot 4 februari 2026 vloeit het dichtersbloed ons door d’adren en wellen spontaan bloemrijke strofen bij ons op. Zo ook bij Rens Kamminga die onderstaande versregels wrochtte.
Hij behoorde niet tot het selecte gezelschap van negen Zaanse woordkunstenaars dat zich 24 uur liet opsluiten in de Bieb om daar sonnetten, haiku’s of kwatrijnen te dichten. Dit werd gewoon ambachtelijk aan de keukentafel gemaakt. Deel 3 in onze serie.
Dichtfabriek
In een oude koekfabriek
Negen dichters opgesloten
Is het fictie of tragiek
Behoren zij tot de groten?
Dichten een etmaal lang
aan elkaar veroordeeld
In de leeszaal en de gang
Maken liefdes rijmen bijvoorbeeld
Vierentwintig uren bij elkaar
Doen alles in een boek
Dat is bijzonder dus niet raar
Verstoppen gedichten in een hoek
Daarna komen zij weer vrij
Is het kwaliteit of zal het geen kant raken
Familie en geliefden weer blij
Ik kan er nog geen chocola van maken
We zullen het wel zien
Een bundel in het verschiet
Het zijn er vast meer dan tien
Ze voelden zich niet bespied
De week van de poëzie bijna voorbij
Allemaal op zoek naar dat ene blad
Een gouden vel in een boekenrij
Onderdompeling in een warm gedichtenbad
Door: Rens Kamminga.
In de Zaanstreek waait de wind altijd scheef,
langs molens die denken: “Ik sta hier wel even.”
De Zaan kabbelt rustig, soms met een zucht,
alsof hij zegt: “Vandaag geen zin in bruggenlucht.”
En daar staat Verkade, trots en zoet,
met koekjes die iedereen proeven moet.
De geur van chocola zweeft door de straat,
zelfs een streng dieet raakt daarvan van de kaart.
De fabriek fluistert zacht tegen elke voorbijganger:
“Kom binnen, wees geen saaie hanger!”
Want wie eenmaal een Verkade-koekje eet,
is voor altijd de calorieën even kwijt.
Dus leve de Zaan, de molens, en de koek,
waar elke wandeling eindigt… met kruimels in je broek