Burgemeester Hamming legde de beslissing over het tweede interventieteam dat in heel Zaanstad moet gaan optreden bij de gemeenteraad: ‘U heeft ook voor Zaandam-Oost een besluit genomen en dat zal hier ook zo zijn.’

Hij gaf antwoord op vragen van steunfractielid Naomi Vink en raadslid Sietse Oppenhuizen (CU) die informeerden naar de inrichting van een ‘stedelijk interventieteam’. Zij vroegen hoe het zat bij de besluitvorming over dat team en wilden niet dat ‘de raad niet pas aan het einde van dit traject wordt betrokken’. Vink zei dat de raad niet alleen moest worden ‘meegenomen’ maar ook eventueel zou kunnen ‘afremmen als dat nodig is’.

Sietse Oppenhuizen had eerder ook al technische vragen over het nieuwe stedelijke team gesteld waarop hij te horen kreeg dat de ‘verkenning’ was gestart waaraan de komende maanden gewerkt gaat worden. En bij de besluitvorming wordt de raad dus betrokken. Hamming verwees naar ‘onderzoeken’ van Bureau Beke en Van de Bunt waaruit naar voren zou komen dat er behoefte zou kunnen zijn aan een stedelijke interventieteam.

Behoefte?

Dat er een ‘behoefte’ is vastgesteld door de consultants van Van de Bunt staat echter niet in hun ‘memo’ (geen onderzoek). Wat er wel in staat is dat de directie van Zaanstad en Pact Zaandam Oost al ‘overeenstemming’ hebben bereikt over dat tweede team:

‘Het interventieteam in Zaandam Oost dient als voorbeeld voor het nog niet bestaande interventieteam dat voor de rest van Zaanstad wordt opgericht’.

Niks ‘verkenning’. De consultants spraken met de directie (gemeentesecretaris Lennart Graaff) maar ook met de burgemeester zelf. Met beiden is dus overeenstemming bereikt over dat tweede team, dat nu kennelijk verkend moet worden.

Voor- en tegenstanders

Ook uit het rapport van Bureau Beke is niet rechtstreeks af te leiden dat er ‘behoefte’ aan een tweede team is, er staat alleen in dat ‘enkele respondenten’ daarvoor voelden:

‘In december 2024 opperen enkele respondenten om een tweede team te formeren dat in de rest van Zaandam aan de slag gaat, conform de proactieve en actiegerichte werkwijze van het interventieteam. Het is volgens deze respondenten dan wel belangrijk om te inventariseren hoe de beide teams zich tot elkaar gaan verhouden, hoe zij informatie gaan vastleggen en uitwisselen, waar valkuilen liggen en waar ze elkaar kunnen versterken. In juni 2025 zijn meer respondenten voorstander van het idee om
een tweede team naast het interventieteam te plaatsen.’

Ook waren er ‘enkele respondenten’ die dat niet zo’n goed idee vonden:

‘Door de huidige spanningen tussen het interventieteam enerzijds en de gemeentelijke afdeling Ondermijning anderzijds, verwachten zij op dit moment dat twee teams elkaar niet versterken maar juist gaan beconcurreren. Met andere woorden: de spanningen moeten eerst opgelost worden, alvorens met een tweede team gestart kan worden.’

Tegenstanders van een tweede team geven aan dat er bij uitbreiding geïnvesteerd moet worden in mensen en middelen. Ook wordt een groot deel van het interventieteam nu bekostigd met rijksmiddelen die specifiek bedoeld zijn om extra capaciteit in Zaandam-Oost in te zetten. En daarnaast zou een stadsbrede opdracht het ‘succes’ in Zaandam-Oost kunnen aantasten.

Door Piet Bakker en Merel Kan op basis van technische vragen en actualiteitsvragen (hier terugkijken) van de ChristenUnie, rapport Bureau Beke en Memo Van de Bunt.