De verkiezingen komen eraan; op 18 maart gaan de inwoners van Zaanstad (en van alle andere gemeenten) naar de stembus. De Orkaan doet elke dag minstens één partij die meedoet; vandaag is het CDA aan de beurt.
Waar het CDA-Zaanstad vier jaar geleden nog met de bijbelse kreet: ‘Een betrouwbaar Ja, een duidelijk Nee’ de verkiezingen inging, kiest de partij nu voor: ‘Weet wat er speelt, zorg dat het werkt.’ Weinig sprekende titels (op de Bijbelse referentie uit 2022 na – Mattheüs 5:37). Vier jaar kon het CDA alles kwijt in 4 pagina’s, nu zijn dat er 21 (VVD heeft de meeste: 113 – bijna een Bijbel).
Maar het gaat natuurlijk niet om de lengte maar om de inhoud. Wat is er in het coalitieakkoord ‘Slagen maken’ terechtgekomen van het programma(tje) van vier jaar geleden? Hoe effectief was de partij in het college met verkeerswethouder Gerard Slegers aan de knoppen? En hoe haalbaar zijn de beloftes die de kersverse CDA-aanvoerder Julie van ’t Veer in haar programma heeft staan?
Het CDA is samen met de VVD overigens de meest collegeloyale partij van allemaal. De partij stemde slechts twee keer tegen collegebesluiten: de unaniem afgewezen gebiedsvisie Balkenhaventerrein en het bestemmingsplan Badhuisweg 1 (daar wilden ze liever houtbouw).
Sociale huur
In 2022 beloofde het CDA nog ronkend dat álle actief zoekende Zaanse starters een woning aangeboden zouden krijgen.
Hoe ze dat voor elkaar zouden krijgen, zeiden ze er niet bij, en het gebeurde ook niet. In het coalitieakkoord vertaalde de partij dit naar 30 procent sociale huur, 30 procent particuliere huur en 40 procent koop bij nieuwbouw. In het programma voor 2026 houdt de partij vast aan die percentages. De focus ligt nu op de vorm, Zaanstad moet ‘hoofdstad van de houtbouw’ worden. De harde beloftes over ‘iedereen een huis’ zijn verdwenen.
Hoewel de partij vasthoudt aan de zelfbewoningsplicht, blijft de vraag hoe dat zich verhoudt tot hun afkeer van ‘bemoeizucht’ en de belofte van minder regels.
Parkeren
Parkeren is een van de meest polariserende strijdpunten van de Zaanse politiek. De afgelopen vier jaar lag de verantwoordelijkheid voor parkeren bij CDA-wethouder Gerard Slegers. Slegers’ parkeervisie 2024 was een van de grootste zeperds van de afgelopen raadsperiode.
Waar in 2022 nog werd beloofd de parkeerdruk niet verder te laten oplopen, stuurde het college met het CDA als parkeerverantwoordelijke daar wel op. Ook steunde de partij betaald parkeren op verschillende plekken.
In 2026 stelt de partij dat betaald parkeren alleen mag bij ‘voldoende draagvlak’, maar dat is nu ook al zo. Het klinkt als een sympathiek standpunt voor parkeerliefhebbers, maar de rammelde parkeerenquêtes in Boerenjonkerbuurt en Zaaneiland van CDA-wethouder Slegers werpen er een schaduw over.
Van de creatieve parkeerberekeningen zegt het CDA geleerd te hebben. Ze zijn een lerende organisatie. Wanneer ze het geleerd hebben, blijft echter de vraag; vier jaar geleden beweerde het CDA ook al ‘lessen [te hebben] getrokken uit afgelopen periode’.
Erfgoed
Wat betreft het Zaanse erfgoed pleitte het CDA in 2022 voor de bescherming van ‘onbeschermde pareltjes’. Daar is de erfgoedstrategie van Zaanstad ook helder over. Wat precies als erfgoed gelden moet, was de partij minder concreet over; het sneuvelen van bijvoorbeeld de Beatrixtoren (op papier dan) is dan ook geen verlies voor het CDA.
Voor de komende periode blijft het CDA in haar uitgebreidere programma niet veel concreter over erfgoed. Ze willen nog steeds het erfgoed verdedigen. De ingeslagen koers lijkt het CDA in grote lijnen te willen handhaven.
Milieu
Op het gebied van duurzaamheid is er sprake van een opmerkelijke koerswijziging. In 2022 stelde het CDA nog dat windenergie van ‘toegevoegde waarde’ was, mits niet te dicht bij woningen. In het coalitieakkoord stemde de partij vervolgens in met windturbines in het Noordzeekanaalgebied en met het beleidskader kleine windmolens.
Voor 2026 trekt de partij plotseling een harde grens: geen extra windmolens meer in Zaanstad. Het CDA gaat dus als een ware Don Quichot de strijd aan.
Ook bij de zero-emissiezones trapt de partij op de rem; deze moeten worden uitgesteld tot inwoners er ‘aan toe zijn’. Wat ‘er aan toe zijn’ betekent, wordt niet duidelijk. Het lijkt een bewuste poging om afstand te nemen van het huidige collegebeleid dat deze zones juist per 2030 wil invoeren. Dat terwijl deze nu ook landelijk is vastgelegd.
Hoogspanning
Een opvallend punt in het nieuwe programma is het felle verzet tegen de 380 kV-hoogspanningslijn vanwege de impact op de agrarische sector en het landschap. Hoewel de partij zich hiermee profileert als beschermer van het buitengebied, is de haalbaarheid van deze belofte twijfelachtig.
De besluitvorming over deze landelijke infrastructuur ligt immers bij het Rijk en niet bij de gemeente. Het CDA verkoopt hier in feite een lobby-inspanning als een verkiezingsresultaat.
Fouten
Misschien wel het meest opvallende element in de christendemocratische retoriek is de herhaalde claim dat de partij ‘lessen heeft getrokken’. In 2022 stelde de partij al dat zij lessen hadden getrokken uit de bestuursperiode. Nu herhaalt CDA-leider Van ’t Veer die claim.
Dit roept de vraag op: als het CDA de afgelopen colleges al deel uitmaakte van de macht, moet er dan in 2030 opnieuw worden ‘geleerd van fouten’?
Zie hier het Orkaan-interview met CDA lijsttrekker Julie van ’t Veer en hier het verkiezingsprogramma.
Het CDA diende gedurende de raadsperiode in totaal (mede) 108 moties en amendementen in; 89 daarvan werden aangenomen, 19 werden verworpen.

Voor amendementen en moties van andere partijen was de partij minder lief. Het CDA stemde tegen 61,2 procent van de moties en amendementen en voor 38,8 procent. De voorstellen die het CDA zelf (mee)indiende, zitten daar ook bij. Alleen de VVD stemde vaker tegen dan de christendemocraten.

Als we ook de raadsvoorstellen en overige stemmomenten erbij optellen, krijgen we een totaalbeeld van hoe vaak het CDA hetzelfde stemt als de andere partijen in de Zaanse gemeenteraad. Dan zien we dat het CDA het vaakst hetzelfde stemt als de VVD, 90 procent van de keren. Dan volgt de rest van de coalitie en D66 vrij snel.
De confessionele vrienden van de CU volgen niet snel daarna. De linkse en rechtse oppositie stemmen ongeveer even vaak hetzelfde als het CDA. Daarmee weet de partij zich ferm in het midden van de Zaanse links-rechtsverdeling te werken, hoewel de partij zich net iets meer met de rechterkant vereenzelvigt.

Dat de coalitiepartijen zó hoog staan, komt deels door de raadsvoorstellen; daar stemmen coalitiepartijen (en D66) bijna altijd vóór. Maar ook bij moties en amendementen houden de coalitiepartijen elkaar in beperktere mate vast. De PvdD staat helemaal onderaan de lijst; die partij is het het minst vaak eens met de christendemocraten.

Het CDA diende tijdens de raadsperiode het vaakst moties en amendementen in met de VVD en de POV. Dan volgen de confessionele vrienden van de CU en de PvdA. Met LZ, de PvdD en DENK doet de partij het minste zaken.
Door Marijn Kerkhoven op basis van het verkiezingsprogramma van de D66 in 2022 en die in 2026. Data verkregen uit de stemmingen en ingediende moties en amendementen door D66 in de raadsperiode tussen de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 en januari 2026. Foto: Julie van ’t Veer (gemaakt door Merel Kan).