Voor de Fototijdreis nemen we je deze keer mee naar het zuidelijke deel van `t Kalf.

De tijd staat niet stil. Er wordt gebouwd en gesloopt, straten verdwijnen, nieuwe wijken verrijzen. Winkels gaan weg, bedrijven sluiten, groen maakt plaats voor nieuwbouw. De Zaanstreek is de afgelopen decennia sterk veranderd. De Orkaan brengt dat in beeld. Op één plek die in het verleden op de foto is gezet, maken we nu opnieuw ‘dezelfde’ foto. Zoek de verschillen…

Op de oude foto, die gemaakt is voor 1910, zien we 3 molens die ooit het Oostzijderveld sierden. Met van links naar rechts oliemolen De Zeeman en de pelmolens De Hondeman en De Almanak. Deze foto komt uit de beeldbank van het Gemeentearchief Zaanstad. Bert Versteeg maakte de eigentijdse foto.

Zuidelijk deel ’t Kalf

Het zuidelijke deel van het Oostzijderveld heet, sinds de aanleg van de Coentunnelweg in de jaren ‘60, Jagersveld. Tegenwoordig is het voornamelijk een gebied voor sport en recreatie dat een mooie buffer vormt tussen de woonwijken Kogerveld en ‘t Kalf.

Het Jagersveld is genoemd naar, hoe kan het ook anders, een molen. Waarschijnlijk naar oliemolen De Jager. In het Oostzijderveld stonden ooit 2 molens met de naam jager, oliemolen De Jager en verfmolen De Duinjager, die beiden iets ten zuiden van de Coentunnelweg stonden.

De Jager stond ter hoogte van de S bocht van de noordelijke aftakking van de Ereprijsweg, terwijl De Duinjager bij de zuidoostelijke bocht van de Boterbloemweg stond.

Toen de oude foto ruim 115 jaar geleden werd genomen was het gebied nog ongeschonden en bestond het uit weilanden met daarop vele molens, voornamelijk olie- en pelmolens. Van alle 227 oliemolens en 113 pelmolens die ooit het Zaanse land sierden stonden er respectievelijk 62 en 69 in Oostzaandam!

De Zeeman

Oliemolen De Zeeman is gebouwd in 1683 waarvoor aan Arent Jansz. Koopmans de windbrief op 22 juli 1683 werd uitgereikt. De bijbehorende verbandacte ontving hij op 7 september 1683.

Een windbrief is vergelijkbaar met een bouwvergunning, terwijl een verbandacte een document was waarin onder andere de jaarlijks te betalen windpacht stond vermeld. Hierin stond ook dat de eigenaar zijn molens in onderpand moest geven wanneer de betalingen van het windgeld niet werden nagekomen. 

Het jaarlijkse bedrag dat Koopmans moest betalen was 6 gulden, dit was het bedrag dat voor een dubbele oliemolen betaald moest worden.

De molen heeft verschillende eigenaren gehad, zo was op 1 januari 1707 Claas Jansz. Kee eigenaar en in 1723 de Koger olieslagers Gijsbert Elslandt en Dirk Kluys. Zij bleven tot circa 1750 met hun molens werken.

De volgende eigenaar was Pieter Peyt uit Oostzaandam. Na diens overlijden in 1809 werd Pieter Honig eigenaar, die de molen op zijn beurt in 1823 verkocht aan Evert Smit voor fl. 3.102,-.

Evert Smit overleed in 1843 waarna zijn zoon, die ook Evert heette, de molen erfde. Smit verkocht De Zeeman in 1861 aan Teunis Crok. De familie Crok veilde de molen in 1892.

Wie de koper toen werd is niet bekend, maar rond 1900 werd De Zeeman gekocht door Jan Huysman uit Koog aan de Zaan. Hij ging er later cacaoafval mee verwerken.

Jan Huysman was de grondlegger van Cacao de Zaan en bezat naast De Zeeman ook de Oostzaandammer oliemolens De Prolpot, De Zaadzaaier, De Oude Zwan, Het Zwarte Kalf en De Oranjeboom. Deze molens lagen allemaal op of nabij de Hemmes.

Op 19 februari was het gedaan met De Zeeman. Op die dag vloog de molen in brand en ging deze totaal verloren. Op het erf werd later cacaofabriek Aurora gebouwd, eigendom van Gerkens Cacao, die de fabriek in de loop der jaren aanzienlijk uitbreidde.

De Hondeman

Dan zien we links op de oude foto pelmolen De Hondeman of Sint Pieter (vermoedelijk de doopnaam van de molen). Toen in 1703 in de buurt van De Hondeman nog een pelmolen met de naam Sint Pieter werd gebouwd verdween die naam bij De Hondeman.

De Hondeman werd op 17 september 1694 door brand getroffen en brandde tot op de palen af. Na de brand werd De Hondeman nog in hetzelfde jaar herbouwd.

In de loop de jaren kreeg De Hondeman diverse eigenaren en de waarde van de molen wisselde ook nogal. Zo werd hij in 1696 verzekerd voor fl. 1.930, 4 jaar later was dit al verhoogd naar fl. 2.385,-.

In 1746 werd een half part van De Hondeman verkocht voor fl. 2.150,- (dus was de molen ongeveer fl. 4.300,- waard). In 1780 werd er door Claas Groot uit Koog aan de Zaan fl. 3.500,- voor een half aandeel betaald. In 1783 werd De Hondeman voor fl. 5.000,- verzekerd.

De volgende verzekerde eigenaar Hendrik Groot, de zoon van Claas Groot, in 1825 de molen voor fl. 6.500,-.

Op 1852 kocht Simon Adriaansz. Couwenhoven De Hondeman voor fl. 9.200, -. In 1869 verkocht hij de molen voor fl. 4.400,- aan zijn achterneef Pieter Couwnhoven. De verzekerde waarde was fl. 10.000,-, wat kan betekenen dat er aan de molen nogal wat mankeerde.

In 1888 kocht Couwenhoven pelmolen De Grootvorst, waarna De Hondeman werd verkocht aan Jan Groot uit Wormer. Groot liet in 1915 bij de molen een stenen hok bouwen waarin een motor kwam.

De Hondeman werd ontdaan van kap, wieken en stelling en uiteindelijk in plaatstaal verpakt. De naam werd veranderd in De Verwachting en ingericht als veevoederfabriek.

In de volgende jaren werd de fabriek uitgebreid en het plaatstaal vervangen door steen. Op 2 februari 1951 ging de fabriek, met daarin nog het oude achtkant van De Hondeman, door brand verloren.

De molen stond ten oosten van de Dr. Scholtenweg, aan de toegangsweg van sportpark Jagersveld, ter hoogte van het eerste handbalveld. In de Slachthuisbuurt is een straat naar de molen vernoemd.

De Almanak

De laatste molen die we zien is pelmolen De Almanak. Van deze molen wordt gezegd dat hij afkomstig is uit Jisp. Het klopt dat er in dat dorp een molen met de naam De Almanak heeft gestaan en waarvoor in 1617 een windbrief is uitgegeven.

De Almanak werd in 1721 voor fl.135,- gekocht door Cornelis Jansz. Broere, die de molen zou hebben verplaatst naar Zaandam. De prijs van fl. 135,- was zeker geen bedrag waarvoor je in die tijd een grote kapitale pelmolen kocht.

Waarschijnlijker is dat Broerse een nieuwe molen heeft laten bouwen waarin wat onderdelen van de molen uit Jisp zijn verwerkt.

Ook De Almanak, die als bijnaam Boekie had, heeft verschillende eigenaren gehad. Eén van de laatste eigenaren was Cornelis Otte, die de molen in 1898 had gekocht en er een stenen gebouw bij plaatste waarin een motor stond. Ook plaatste Otte een koppel maalstenen in de molen.

In 1904 verkocht Cornelis Otte zijn molen aan zijn zoons Dirk en Wijnand die er fl. 2.500,- voor betaalden. Acht jaar later verkochten zij De Almanak voor fl. 3.300,- aan Jan Heynis, die er goederen als tarwe, rogge, gerst, maïs, erwten en bonen mee ging vermalen.

In 1922 verkocht Heynis de molen aan de fouragehandel firma Prins & Compagnon.

In de avond van 29 september 1926 liep de compagnon van Prins, Klaas Breeuwer, met een brandende petroleumlamp de molen in, waarna hij struikelde en de lamp liet vallen. Hierdoor stond de Almanak in een mum van tijd in lichterlaaie en ging de molen geheel verloren.

Het gerucht ging dat Klaas Breeuwer struikelde over de molenkat, die diende om muizen te vangen. De molen stond ten noorden van de naar de molen vernoemde Almanaksloot en ten westen van de Nagouw, bij het Spouwpad. Naar De Almanak is een straat vernoemd in de wijk ‘t Kalf.

Foto uit het Gemeentearchief Zaanstad van voor 1910
Bert Versteeg, 2025

Bekijk hier alle fototijdreizen.

Foto en tekst 2025: Bert Versteeg. Bronnen: Molendatabase, 1100 Zaanse Molens, Gemeentelijk Archief Zaanstad.