Grote winkels met een vloeroppervlak van minstens 1.500 vierkante meter mogen zich voorlopig niet vestigen op bedrijventerreinen in Zaanstad. Dat blijkt uit een raadsinformatiebrief van het college van B&W.
Het gaat om zogenoemde grootschalige detailhandel: winkels waarbij vooral de omvang bepalend is, en niet het soort product. Voorbeelden zijn grote elektronicazaken of sportwinkels. De gemeenteraad nam in september een motie aan om dit type winkels toch toe te staan op de bedrijventerreinen Zuiderhout en Noorderveld.
De motie werd ingediend door raadsleden van de Partij voor Ouderen en Veiligheid, PVV, Groep De Boer, DENK en ChristenUnie. Volgens de indieners zouden zulke winkels daar beter passen dan in het centrum, omdat ze veel verkeer aantrekken en in woonstraten zorgen voor overlast en onveiligheid.
Alleen… dat plan botst met het provinciale beleid.
In dat beleid wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen twee soorten winkels. Perifere detailhandel bestaat uit winkels die grote, zware producten verkopen, zoals bouwmaterialen, meubels of auto’s. Die mogen wél op bedrijventerreinen komen. Grootschalige detailhandel valt daar niet onder, omdat het daarbij niet om het product gaat, maar om de grootte van de winkel.
Unaniem negatief
Het college moest hierover verplicht advies vragen aan de Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland, waarin ook de provincie Noord-Holland is vertegenwoordigd. Die commissie kwam eind december met een unaniem negatief advies.
Volgens de commissie lossen grote winkels op bedrijventerreinen de verkeersproblemen niet op, maar verplaatsen ze die. Bovendien ontstaat daar een nieuw veiligheidsrisico: winkelend publiek, fietsers en gezinnen komen dan terecht tussen zwaar vrachtverkeer dat hoort bij een bedrijventerrein.
De commissie waarschuwt ook voor een breder effect. Als Zaanstad grote winkels op bedrijventerreinen toestaat, kunnen andere gemeenten dat voorbeeld volgen. Dat zou de positie van het centrum van Zaandam niet alleen lokaal, maar in de hele regio verzwakken.
Daarnaast wijst het college erop dat Zuiderhout en Noorderveld juist hard nodig zijn voor hun oorspronkelijke functie. In de regio verdwijnen steeds meer bedrijventerreinen door ombouw naar woon-werkgebieden, onder meer in Amsterdam en Beverwijk. Zaanstad ziet deze terreinen daarom als belangrijk overloopgebied voor echte PDV-bedrijven, zoals bouwmarkten en meubelzaken.
Voldoende ruimte
Het argument dat grote winkels nergens anders terecht kunnen, wordt door de gemeente weersproken. Volgens het college is er op dit moment voldoende ruimte in het Stadshart van Zaandam en andere hoofdwinkelgebieden voor winkels die geen volumineuze producten verkopen.
Het college neemt het negatieve advies over en verleent geen medewerking aan de aangenomen motie. Daarmee blijft het huidige winkelbeleid ongewijzigd: grote winkels blijven aangewezen op bestaande winkelgebieden.
Ook winkeliersorganisaties uit onder meer het Stadshart van Zaandam, Wormerveer en Krommenie spraken zich eerder al tegen het plan uit, uit vrees voor leegstand en verzwakking van de centra.
Het nieuwe detailhandelsbeleid geldt tot 2035 en wordt over vijf jaar geëvalueerd. Tot die tijd blijven bedrijventerreinen bedoeld voor bedrijven en winkels met grote, zware producten, en niet voor megawinkels.
Door: Merel Kan op basis van de brief van wethouder Onclin/ het college aan de raad en het Orkaan-archief.
Serieus?
Je kan er van alles over zeggen, maar ze snappen er hier bij de gemeente Zaanstad helemaal niks van. Ze hadden Ikea en de Mediamarkt in de nabijheid van de Hornbach kunnen hebben, maar nee, dat gaan we niet doen. Dat had heel wat winkelend publiek aangetrokken. Nee, de Gedempte Gracht en de Westzijde, dat is pas een bruisend stadshart. Pfffff......