In het dagelijks beheer langs weg en slootkant mag je genadeloos eenkennig zijn. Wij mensen beslissen wie er wél bij hoort en wie niet. Het gaat dan natuurlijk om andere soorten, niet om individuen van onze eigen soort. Al snel ontdek je dat er soorten zijn die ons bestaan flink kunnen schaden. Dan volgt de conclusie: die soort mag er niet bij horen.

Er wordt een organisatie opgetuigd, er komt geld bij, en men gaat aan de slag. Denk aan de muskusrat en de beverrat.

De bever en de otter horen er dan weer wél bij, want die investeren in hun nageslacht. Dat vinden we sympathiek: weinig jongen en langdurige zorg, dat is goed. Dat is gedrag dat we graag zien – ‘opzitten en pootjes geven’. Ratten daarentegen investeren niet in hun nageslacht en laten de boel de boel. Zeg je ‘rat’, dan ruik je meteen ‘ongedierte’. Zo ook bij de muskusrat: die mag er niet bij horen. Hij graaft, en zou daarmee zelfs mijn huis onder water kunnen zetten – al zijn daar geen concrete voorbeelden van. Wel kan hij gaten in de oever maken, waar koeien in kunnen trappen en hun poten breken. Daar is wél documentatie over.

In Noord-Holland werden vorig jaar ruim 4.320 muskusratten gevangen. Dat gebeurt via het waterschap en kost ruim twee miljoen euro per jaar. Je zou kunnen zeggen: 500 euro per rat. Maar je kunt ook zeggen: slechts één euro per ingeland, en dan valt het wel mee. In Vlaanderen noemen ze de muskusrat trouwens ‘waterkonijn’ – en ik heb zelf ervaren dat ze prima te eten zijn. Je mist de wildsmaak; het vlees is wat zoetig. Misschien had ik een exemplaar dat veel suikerbieten had gegeten. Met een Belgisch biertje erbij (bijvoorbeeld een Gueuze Lambiek) smaakt overigens alles beter.

Ongewenste planten

Ook in de plantenwereld heb je soorten die er niet bij horen. Zo gaat de gemeente Zaanstad hardhandig te werk om een geïmporteerde knooprijke Japanner (Japanse duizendknoop) te vernietigen. Het waterschap jaagt ondertussen op de Russische (Kaukasische) berenklauw. Op Texel hebben kritische boeren zelf de dijken ontdaan van kruiskruid. Staatsbosbeheer vindt dat een aantasting van het gebied, en inderdaad: na zo’n AKKA (anti-kruiskruid-actie) zien de dijken er gehavend uit.

Voor schapen en koeien is kruiskruid, zelfs in gedroogde vorm, zeer giftig. Maar eerdere voorbeelden leren ons dat bestrijding niet altijd verstandig is. Zo werd bitterzoet ooit massaal bestreden door aardappeltelers, omdat de ‘bruinrotbacterie’ erin kon overwinteren. Maar aardappel en bitterzoet zijn familie – beiden nachtschadeachtigen, net als de tomaat. En verwantschap geeft verplichtingen. De bacterie bleek zich ook zonder bitterzoet te verspreiden, via water en beregening. Het onderzoek van de Plantenziektekundige Dienst liet zien dat er besmettingen waren in gebieden zonder bitterzoet, en andersom. Het bestrijden van de plant loste dus niets op.

Exoten uit verre streken

De tsunami aan invasieve soorten komt natuurlijk door onze open grenzen. Een mooi voorbeeld uit de onderwaterwereld: na de opening van het Rijn-Donaukanaal in de jaren ’90 werd bij de rioolwaterzuivering Beemster al een jaar later de Kaspische slijkgarnaal gevonden. Afkomstig uit de Wolga, Dnjepr of Dnjestr. Hij kwam snacken bij de lozing van al dat lekkers. De luxe van Hollandse, fijngehakselde drolletjes was die garnaal thuis niet gewend.

Dolappels en heksen

Een tip voor exotenzoekers, de poortwachters van ‘eigen soort eerst’: langs de Nauernase Vaart staan sinds de herstelwerkzaamheden veel doornappels (Datura stramonium). Zeer giftig, en ook een nachtschadeachtige. Vaak gebruikt in de alternatieve geneeskunde, maar dodelijk bij aanraking of inname.

Wat interessant is: de bijnamen van deze plant vertellen veel over vroeger, toen hij zeldzamer was maar vaker benut. Dolappel, duivelskruid, mollenkruid, gekkenappel… Uit de zaden werd vroeger ‘vliegzalf’ gemaakt voor heksen. En ja, ik heb heksen gezien – zelfs overdag.

Heksen bestaan nog steeds, tegenwoordig vaak als Wicca. Ik heb eens een moderne heks gebeld met de vraag hoe je die zalf maakt. Haar recept: neem de zaadjes van de doornappel, zoek smeerwortel op en maak er een stevige zalf van. Smeer dat op je bezemsteel, ga er met je blote billen op zitten, en je stijgt vanzelf op naar het zwerk. Dat opstijgen geloof ik meteen, als dit oude Wicca-recept klopt. Anders volgt er gewoon een ‘bad trip’.

Want let op: via gevoelige lichaamsdelen wordt het gif razendsnel opgenomen. Je gaat hallucineren, je lichaam blijft aan de grond, maar je geest doolt langs verre horizonten. Mij niet gezien! Ik tol al van één biertje.

Slot

Toch vind ik dat de wegbeheerder die planten moet weghalen. Ze zijn daar terechtgekomen doordat de taluds zijn aangeheeld met grond van elders. En maaien is zaaien!

Zo zie je maar: “samen voor ons eigen” gaat nooit lang goed.

Door: Hans Roodzand, Aquatisch ecoloog. Foto komt uit archief De Orkaan.