Wat gisteravond in de Sultan Ahmet-moskee begon als een bijeenkomst over persoonlijke succesverhalen en lokale ambities, liep uit op een scherp debat over de grenzen van de rechtsstaat in Zaandam-Oost en de rol van raadsleden. 

Toen Erdoğan Şahin (DENK) onthulde zelf mee te lopen met gemeentelijke huisbezoeken om de ‘hoe-vraag’ te controleren, reageerde Eylem Köseoglu (GL-PvdA) verbijsterd. Zij vindt dat Erdoğan met zijn aanwezigheid het institutionele wantrouwen van de overheid niet alleen controleert, maar feitelijk legitimeert en normaliseert.

Overeenkomsten

De parallellen tussen de twee hoofdsprekers zijn opvallend. Beiden groeiden op in de Zaanstreek en beiden kregen op de basisschool te horen dat hun ambities te hoog gegrepen waren. Erdoğan vertelde hoe hij via de mavo uiteindelijk een MBA afrondde, ondanks het advies dat hij dat nooit zou kunnen.

Eylem herinnerde zich de geur van chocolade en koekjes in haar straat bij de Verkadefabriek, maar ook de leraar die zei dat de universiteit een droom was die voor haar nooit zou uitkomen.

Inmiddels zitten beiden in de raad, maar hun visie op hoe de Zaanse burger beschermd moet worden, verschilt fundamenteel.

Huisbezoeken en DNA

Het gesprek kwam al snel op het explosieve dossier van het interventieteam en de huisbezoeken in Poelenburg en Peldersveld. Eylem verwees naar rapporten waarin werd gesuggereerd dat Turken fraudeurs zouden zijn en dat dit ‘in hun DNA zit door de Ottomaanse traditie’. Volgens haar zijn er inmiddels heel veel woningen bezocht – alleen in 2024 ging dat al om meer dan 1.000 controles – en dat gebeurde op een wijze die niet altijd binnen de kaders van de wet paste. 

Erdoğan nuanceerde de ‘DNA-uitspraak’ door te stellen dat de burgemeester inmiddels excuses (aan hem?) heeft aangeboden voor de woorden van ‘één stomme ambtenaar’.*

Wat voor meer beroering zorgde, was zijn onthulling dat hij zelf maandelijks twee avonden meeloopt met deze huisbezoeken. Hij doet dit naar eigen zeggen om de feiten te achterhalen en ambtenaren te wijzen op ‘cultuursensitiviteit’, zoals het uittrekken van schoenen bij binnentreden.

‘Slaan met een fluwelen handschoen’

De kritiek uit de zaal op deze werkwijze was niet mals. Oud D66-raadslid Murat Baylan vergeleek Erdoğans resultaat bij de bezoeken (het uittrekken van de schoenen) met een ‘fluwelen handschoen’: 

‘Ze slaan je wel, maar het bloed zit niet op hun handen’. 

Hij wees ook op de pijnlijke praktijk waarbij ouderen boven de 65 hun huis zouden zijn kwijtgeraakt omdat ze tijdens een verblijf in Turkije niet thuis werden aangetroffen bij controles.

Eylem schrok van de rol van Erdoğan: 

‘Ik schrik ervan dat jij meeloopt. Hoe kan DENK het normaal vinden dat de gemeente de slaapkamer en het ondergoed van mensen controleert, zolang ze hun schoenen maar uittrekken?’ 

Zij benadrukte dat een volksvertegenwoordiger het moreel kompas moet zijn dat naast de inwoner staat, in plaats van mee te gaan in het wantrouwen van de overheid.

In een interview achteraf gaf Erdoğan toe dat hij schrikt van de mening van deskundigen (hoogleraren en juristen in de uitzending van Pointer) die stellen dat de Zaanse werkwijze wettelijk niet door de beugel kan: 

‘Als de burgemeester dit niet vanuit de juiste APV doet, bevindt hij zich op glad ijs.’ 

Toch kondigde hij aan in augustus ook mee te willen lopen met het zware ‘interventieteam’ om te zien hoe zij hun selecties maken.

De stembus-kloof

De avond eindigde met een indringende oproep over de democratische deelname in de wijk. Eylem wees op het schrille contrast tussen de Turkse verkiezingen en de lokale Zaanse verkiezingen, waar de opkomst laag is: 

‘Hoe kan het dat iedereen hier als de verkiezingen in Turkije zijn met bussen naar Amsterdam gaan, drie uur in de wachtrij staan, terwijl in je eigen wijk van alles en nog wat aan de hand is en je uiteindelijk om de hoek niet naar de stembus gaat?’

(De Orkaan: de opkomst in 2022 in Poelenburg was 27,5 procent en daarmee het laagste in Zaanstad.)

Hoewel de sprekers het over de methode van controle oneens bleven, was de gedeelde conclusie helder: de strijd tegen onderadvisering en stigmatisering van de wijk is nog niet gestreden. Over mogelijke stigmatisering waarschuwde Köseoglu ervoor om alleen Zuid-oost als probleemgebied te zien:

‘door bepaalde buurten steeds expliciet als kwetsbaar te labelen, ontstaat het beeld dat sociale problemen zich daar concentreren, terwijl armoede, bestaansonzekerheid en zorgen over veiligheid in werkelijkheid in heel Zaanstad voorkomen. Ook in wijken als Assendelft gaan kinderen zonder ontbijt naar school en Wormerveer bijvoorbeeld ervaren mensen financiële druk, onzekerheid en zorgen over leefbaarheid.’


* De opmerkingen over de Ottomaanse traditie en andere soortgelijke uitspraken over criminaliteit onder Turken stammen uit een rapportage uit 2016 van het RIEC (Regionaal Informatie- en Expertise Centrum) waarbij Zaanstad samenwerkt. De inhoud van dat rapport wordt niet ontkend, maar het rapport zelf is niet meer te traceren. Zaanstad zegt dat de gemeente niet werkt op basis van deze analyse.

Door: Merel Kan