Mijn vriend Hans heeft geen lijvig boek nodig om mijn leven samen te vatten. Net voor mijn tachtigste verjaardag word ik verrast met een bijzonder portret.
Door Martin Rep
Centraal op het schilderij is een man aan het typen op een draagbare schrijfmachine. De hoed op zijn hoofd roept associaties op met ouderwetse Amerikaanse films waarin journalisten de hoofdrol spelen als gewetenloze sensatiezoekers of als edele speurders die schrijnend onrecht aan de kaak willen stellen. Alleen het kaartje met ‘Press’ achter de hoedenband ontbreekt.
Rechts van de schrijfmachine een glas rode wijn, links een bosje bloeiende takken.
De achtergrond is voornamelijk sepia gekleurd, zoals oude foto’s vaak een sepia kleur hadden.
Links op de achtergrond een jonge vrouw met op het hoofd een cloche, zo’n dopje dat je ziet op plaatjes van honderd jaar geleden waarop meisjes de charleston dansen. Zij leunt tegen een muurtje. Daarachter een groepje huizen.
Rechts een fabriek met zaagtanddak en een schoorsteen. Of die rook uitbraakt, is niet te zien: de top van de schoorsteen valt buiten het kader van het schilderij.
Op de fabriek staat met grote letters de bedrijfsnaam: Rekoza.

Beeldende-kunstexpert Willem de Winter van Tussen Kunst & Kitsch zal zijn wenkbrauwen fronsen bij de ondertekening: ‘Hans ’25’. Die naam kent hij niet. Mocht iemand het schilderij ooit meenemen naar een roadshow van dit tv-programma, dan zal hij niet met de hoofdprijs naar huis gaan. Hans, de maker van dit schilderij, is dan ook geen beroemde kunstenaar, maar mijn vriend, die na zijn pensionering als journalist bij De Gelderlander verrassende portretten maakt. In woord en beeld.
Sergej
Het schilderij bevat een verhaal waar ik zo op terugkom, en achter het schilderij zelf zit ook een verhaal. Dat verhaal begint bij mijn lang geleden overleden vriend Sergej en eindigt bij mijn kunstzinnige vriend Hans.
Sergej ontmoette ik meer dan vijftig jaar geleden op de redactie van de Amersfoortse Courant. Een man met een goede pen, een scherp journalistiek inzicht, maar ook met een aangeboren gevoel voor misantropie. We brachten uren door aan de bittertafel, met discussies over ons vak, over de grote literatuur en alles wat groeit en bloeit en ons steeds weer boeit. Daar werden vaak de nodige glaasjes bij geledigd. Maar helaas kon Sergej niet zo goed tegen drank en raakte hij van lieverlee in steeds somberder buien.
Op een gegeven moment, na een te uitbundig gevierde romance, zat hij min of meer aan de grond. Zijn vriendin zette hem aan de dijk nadat hij haar tv-toestel uit het raam had gegooid. Er zat voor hem niets anders op dan een deel van zijn kostbaarste bezit te verkopen: zijn boekencollectie.
Molière
Ik nam voor honderd gulden een paar lp’s en twee prachtige, in leer gebonden antieke boeken van hem over, bevattende de verzamelde werken van de Franse toneelschrijver Molière, met ingekleurde gravures. Ze deden het leuk in mijn boekenkast, maar van mijn voornemen om ze te gaan lezen kwam niets terecht. Sergej wilde ze niet terugkopen toen hij naderhand zijn zaakjes financieel weer op orde had.
Toen kwam Hans in beeld. Al net zo’n boekenwurm als Sergej. Hij was wel geïnteresseerd in de twee banden. Als tegenprestatie zou hij mijn portret schilderen. Dat aanbod greep ik met beide handen aan – wie wil nu niet bij leven op linnen worden vereeuwigd?
Nog net voor mijn tachtigste verjaardag – we waren de deal beiden al min of meer vergeten – loste Hans zijn ereschuld af. En hoe. Zoals ikzelf meer dan tien jaar geleden mijn leven had beschreven in een lijvig boekwerk, ‘Ook voor Dames’, zo legde hij mijn leven vast in verf.

Stukjes van mijn leven, gevat in verf en vriendschap, op een stuk papier. Volledig is het bij lange na niet, ik mis bijvoorbeeld mijn kinderen en mijn vrouw erop. Het is de keuze die Hans heeft gemaakt. Misschien is het niet veel voor een leven van bijna tachtig jaar. Maar voor mij is het genoeg.
De draagbare typewriter op het schilderij bezit ik inmiddels niet meer, maar ik heb er jarenlang mijn stukken voor de krant op geschreven, in de tijd dat we er geen idee van hadden dat je dat ook kon doen op een computer – computers waren toen nog manshoge kasten waar je ponskaarten met gegevens over betalingen in duwde. Mijn schrijfmachine had een harde aanslag nodig, zeker als de inkt van het typelint bijna op was. Je kon het in het hele huis horen als ik aan het werk was. De slaapkamer van Natasja, onze jongste, was naast mijn werkkamer; ze vond de rammelende toetsen een veilig geluid om heerlijk bij in slaap te vallen.
Rekoza
Met de jonge vrouw die tegen het stenen muurtje leunt heeft Hans mijn moeder goed getroffen. Hij gebruikte de foto die hoorde bij een verhaal dat ik indertijd schreef over het ruimen van haar graf op de begraafplaats van Zaandam; het allerlaatste afscheid van haar. En de grote fabriek Rekoza was het in werkelijkheid piepkleine bedrijf van mijn vader aan het Breedweer in Koog aan de Zaan. Hij was na de oorlog een fabriek in pijpen begonnen. De naam Rekoza stond voor Rep Koog aan de Zaan. Het ontbrak Rekoza helaas zowel aan vakkennis als aan het juiste hout om pijpen van te maken. Voor een goede tabakspijp is Frans bruyèrehout nodig en dat was zo kort na de oorlog niet beschikbaar. In plaats daarvan gebruikte Rekoza Hollands eikenhout, maar de pijpen brandden daardoor net zo hard als de goedkope tabak waarmee ze gestopt werden. Na het faillissement van Rekoza heeft mijn vader nog wekenlang de kachel gestookt met de resterende pijpenkoppen.Â
De bloeiende takken naast de typemachine op het schilderij blijken meidoorns te zijn. Die hebben natuurlijk een relatie met de Meidoornstraat in Zaandam. Niet alleen de straat waar ik het grootste deel van mijn jeugd doorbracht, maar ook de titel van het boek waarmee ik als schrijver debuteerde bij Uitgeverij Oevers.
Wat Hans ten slotte heeft bedoeld met het glas rode wijn, daarnaar moeten we raden. Wellicht is het een wens aan mijn adres dat het glas altijd gevuld blijft. Of tenminste half vol, want aan halflege glazen heb ik een hekel.
Door Martin Rep. Foto boven: Hans op zijn werkkamer naast het schilderij ‘Meidoorn’.