De geleidelijnen rond de Fonteinkruidweg en Fluitekruidweg in de Kogerveldwijk zijn grotendeels volgens de richtlijn aangelegd. Dat zeggen zowel gemeente Zaanstad als Koninklijke Visio op vragen van De Orkaan.
Begin deze week schreven we over de aanleg van geleidelijnen in Kogerveld. Van Tilly Tielrooy-Zwart kregen we een tip dat die mogelijk niet goed waren aangelegd. We namen een kijkje en vroegen de gemeente Zaanstad en Koninklijke Visio, een landelijke organisatie voor mensen die slechtziend of blind zijn, hoe het precies zit.
De gemeente erkent dat de uitvoering op de hoek met de drie lijnen niet volledig volgens ontwerp is. Dat wordt hersteld. Ook de bushalte moet nog worden uitgevoerd. Toegankelijkheidsadviseur Jules Dautzenberg van Koninklijke Visio – Zicht op Toegankelijkheid (VZoT) bevestigt dat daar attentievlakken (tegels met voelbare bolletjes of tegeltjes, red.) ontbreken of niet goed zijn aangebracht.

Op de hoek van de Speenkruidweg is de geleidelijn richting een muur wél correct uitgevoerd: de lijn stopt 30 centimeter vóór de muur, die geldt als natuurlijke gidslijn. Dat is volgens de regels.
Het verschil zit in de nuance. Volgens de gemeente voldoen de lijnen aan de toegankelijkheidsnormen en helpen ze mensen met een taststok de juiste oversteek te vinden. Visio plaatst een kanttekening bij een aansluiting op klinkers, waar een attentievlak ontbreekt en de gekozen gidslijn mogelijk minder goed voelbaar is.
Reparatie
Kortom: één hoek krijgt een reparatie, de rest ligt volgens het boekje. Maar bij geleidelijnen geldt misschien meer dan elders: het moet niet alleen netjes liggen — het moet ook duidelijk te voelen zijn. Het is dus geen zwart-witverhaal — maar bij geleidelijnen is grijs eigenlijk ook niet ideaal.
Dautzenberg komt graag in contact met de gemeente om in de toekomst mee te denken over het ontwerp van routegeleiding. Koninklijke Visio heeft Zicht op Toegankelijkheid (VZoT) juist in het leven geroepen om gemeenten en andere organisaties te ondersteunen om de openbare ruimte toegankelijk te maken voor mensen met een visuele beperking.
Geleidelijnen bestaan uit speciale tegels met ribbels of noppen in het trottoir of op stations. Ze zijn bedoeld om de openbare ruimte toegankelijker en veiliger te maken voor mensen met een visuele beperking. Met een blindenstok of via het gevoel onder de voeten kunnen zij de lijnen volgen.
Door Marion Kors op basis van informatie van Gemeente Zaanstad en Koninklijke Visio en eerder nieuws op De Orkaan.
Het is goed dat geleidelijnen worden aangebracht om de openbare ruimte toegankelijker te maken voor mensen met een visuele beperking. Voor mensen die kunnen zien lijken deze tegels soms op onlogische plekken te liggen, maar voor iemand met een visuele beperking hebben ze juist een duidelijke functie in de oriëntatie.
Tegelijkertijd zie ik een probleem ontstaan door het verwijderen van stoepranden en het verlagen van stoepen. Hoewel dit bedoeld is om de toegankelijkheid te verbeteren, wordt het in de praktijk misbruikt door fietsers en fatbikers die zonder moeite de stoep op rijden. Voor sommigen lijkt de stoep inmiddels een extra fietspad te zijn geworden, waar met snelheid tussen voetgangers wordt gereden.
Dat is niet alleen asociaal, maar ook gevaarlijk. Juist voetgangers, en zeker mensen met een visuele beperking moeten erop kunnen vertrouwen dat de stoep een veilige plek is.
Bovendien kunnen veel mensen met een visuele beperking een stoeprand prima herkennen met een blindegeleidestok. De stoeprand vormt voor hen een duidelijke, voelbare grens. Door die grenzen overal weg te halen, wordt het voor fietsers alleen maar makkelijker om de stoep te misbruiken.