Een uitnodiging voor een reünie bij het honderdzestigjarig bestaan van mijn oude middelbare school roept gevoelens van weemoed op.

Aart van der Meulen, Cindy Stienstra, Huib Kraaijeveld, Marjolein Cijs, Huib van Drooge, Fons Bleijendaal, Anja van Laere, Bas Hageman, Jan aan ’t Goor, Nel de Vries, Hendrik Jan Kuneman, Martin Hoek, Jan Willem Siffels, Liseth Thesing, Marius van Vugt, Olivier de Bruijn, Wilko Mieras, Maurice van Daal, Petra Gazendam – wat zijn dat voor namen? De Reüniecommissie Zaanlands Lyceum 160 jaar haalt hen binnen als helden van de Olympus: ‘Docenten geven opnieuw les’ tijdens de reünie.

Moet ik Aart, Cindy, Huib, Marjolein, Huib, Fons, Anja, Bas, Jan, Nel, Hendrik, Martin, Jan Willem, Liseth, Marius, Olivier, Wilko, Maurice en Petra kennen? Zijn zij echt docenten? Of docenten geweest? Ik wil best op 30 mei naar de reünie ‘Honderdzestig jaar Zaanlands Lyceum’ komen, maar waarom komt ‘James’ de Vries niet? ‘Bacchus’? Waar is ‘juf’ Uijlings gebleven, Edgard Lemaire? Waar zijn Rogaar, gymleraar Hartman en Klaas Oosthuizen?

Zwaga, Nederlands. Circa 1963.

Ach, ik vraag naar de bekende weg. Al die mensen zijn er niet meer, dat weet ik ook wel. Terwijl ik uit mijn herinnering de namen opschrijf van de leraren van wie ik in de jaren zestig heb les gehad aan het Zaanlands Lyceum, hoor ik in gedachten het lied van het, óók al overleden, ‘zuchtmeisje’ Jane Birkin:  

Ex-fan des Sixties
Petite Baby Doll
Comme tu dansais bien le rock ’n roll
Ex-fan des Sixties
Où sont tes années folles…
Que sont devenues toutes tes idoles -
Où est l’ombre des Shadows
Des Byrds, des Doors
Des Animals
Des Moody Blues…

Vertaling

Ex-fan uit de Sixties
Kleine Baby Doll
Wat danste je toch mooi rock-’n-roll
Ex-fan uit de Sixties
Waar zijn je wilde jaren gebleven?
Wat is er van al je idolen nog te beleven?
Waar blijft de schaduw van The Shadows,
Van The Byrds, The Doors,
Van The Animals, van The Moody Blues…)

Het lijstje namen en voornamen brengt me in verwarring. De leraren uit mijn middelbareschooltijd noemde je niet bij hun voornaam. We wisten die meestal niet eens. En als je er al een wist, paste je er wel voor om die te gebruiken als de leraar, of een andere willekeurige leraar, binnen hoorafstand was. “Heb ik soms met jou geknikkerd?”

Leraren vreesde je. Zij waren monumenten, mannen, soms ook vrouwen, van gezag. De rector van het lyceum heette dr.  J. Oosterhuis. Stond die J voor Jan? Johannes? Jacob? Of Jaap misschien? Een kleine man, een kop kleiner dan ik, maar bij hem voelde ik me klein als ik weer eens de klas was uitgestuurd en mijn vergrijp zo ernstig was dat ik me bij hem moest melden. De rector was zelfs te gezaghebbend om een bijnaam te hebben, of het moest misschien ‘De Baas’ zijn.   

Piet Eveleens, Engels. 1962

Aan de andere kant wist iedereen dat P.K. Eveleens, leraar Engels, van voren Piet heette. Hij zag eruit als de saaiste leraar van de hele school en dat was hij ook. Een zwaar terugwijkende haarlijn boven op een rood hoofd. Zijn lessen waren  ongelooflijk oninteressant. We lazen klassikaal uit een boekje dat In Strange Company heette. Bij een moeilijk woord stopte het voorlezen en moesten wij het noteren in een schrift. De blaadjes in dat schrift moesten precies in het midden gevouwen worden – Eveleens zag daar nauwkeurig op toe. Een andere obsessie was dat je bij een schriftelijke overhoring per se op het bovenste lijntje moest beginnen te schrijven, anders kreeg je een uitbrander. Ik merk dat ik deze herinneringen met een milde glimlach opschrijf. 

Eveleens gaf les in de lagere klassen. Een treetje hoger  in de pikorde stond Jaap de Vries, die in de hogere klassen en op het gymnasium Engels gaf. Als hij Nederlands sprak, zette hij dat aan met een zwaar Zaans accent, maar zijn Engels klonk bekakter dan wat in Oxford en Cambridge werd gesproken. Hij werd dan ook ‘James’ genoemd. 

De Vries, Engels, in het leraren-voetbalteam op het Verkade-terrein. 1960. Foto Jelte Rep

Oosthuizen gaf wiskunde. Wij knoeiden met passer en gradenboog in ons meetkundeschrift, maar ‘Klaas’ toverde met een krijtje prachtige geometrische figuren op het bord met behulp van enorme houten instrumenten, en de bijbehorende formules zette hij ernaast in een sierlijk handschrift. Hij had een bijtend soort Zaanse humor en deed geen enkele moeite zijn minachting te verhullen voor leerlingen die zijn vak te moeilijk vonden en na klas 3  naar de hbs-a gingen, de ‘domme’ handelsafdeling.

Klaas Oosthuizen

Van de intellectuele ‘juf’ Uijlings, in existentieel-zwarte kledij en een nooit uitdovende sigaret in de hand, wist niemand de voornaam. (Die luidde Bertha.) De Vlaamse poëet Edgard Lemaire had uiteraard een voornaam, want die prijkte op de titelpagina van de twee dichtbundels die hij had gepubliceerd.

Edgard Lemaire Foto-©-Jan Jaap Berkhout

De andere leraar Frans, Van Beek, cultiveerde zijn bijnaam Bacchus, die hij waarschijnlijk zelf had bedacht om uit te stralen dat hij een bourgondiër was. Hij is mede in mijn herinnering blijven hangen omdat hij voor de verkiezingen van het bestuur van de ZLV, de Zaanlands Lyceum Vereniging, actie voerde voor zijn zoon.

Andere leraren hebben minder indruk op me gemaakt. Had scheikundeleraar Mensink een bijnaam? Heijkoop, die natuurkunde gaf? Geschiedenisleraar Rogaar? Wiskundeleraar Van Sante, die de Zaanse historie een warm hart toedroeg, iets was of deed bij de Zaanse Oudheidkamer en die ‘Jaap’ werd genoemd? Prud’homme van Reine, die biologie doceerde (kortweg P+D oftewel plant- en dierkunde), had wel een bijnaam: hij heette kortweg ‘Prutje’. 

Rogaar, geschiedenis. Circa 1962.

In mijn herinnering lopen de leraren uit die tijd als schimmen voorbij. Ze dolen door de donkere gangen van het niet meer bestaande schoolgebouw aan de Westzijde in Zaandam. In hun dwaaltocht steken ze het schoolplein over naar het houten bijgebouw, of ze lopen op en neer in het trappenhuis, misschien op weg naar de zolder, waar tekenleraar Zoeter zijn domein had. 

Ach – Zoeter. Laat ik deze herinneringen afsluiten met Leo Zoeter. Zijn lokaal was ingericht als een amfitheater. In het lokaal een curieuze verzameling objecten om na te tekenen. Vazen, moeilijk vanwege de schaduwwerking. Opgezette dieren. Een grote fles Odol, een moeilijke vorm met rondingen en platte vlakken. Zoeter rook uit zijn mond en daar werden, niet altijd fluisterend, grappen over gemaakt. Zou hij ooit de hint begrepen hebben die was verstopt in die grote fles mondwater met zijn prominente plek in het tekenlokaal?

Leo Zoeter

Zoeter werd gepest. Niet heel erg – echt pesten heb ik nooit waargenomen op het lyceum – maar niemand nam hem serieus. Orde houden kon hij niet. Af en toe kon hij uitbarsten in redeloze woede, maar meestal glimlachte en keek hij je hoogstens verdrietig aan.

Hij was een erudiete maar ook een beetje tragische man, die een vak gaf dat niemand serieus nam behalve Zoeter zelf. In tekenen hoefde je geen eindexamen te doen. Een uur tekenles was dus per definitie ontspanning. Boven het artikel in De Zaanlander uit juni 1969 over zijn afscheid wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd stond als kop ‘Zoeter sleept bij vertrek zijn vak bijna uit school mee’. Zoeter zei het in zijn afscheidstoespraak als volgt: “Het is merkwaardig dat, nu ik de school verlaat, ik bijna ook mijn vak mee de school uitsleep. Een gevolg van de Mammoetwet, waarbij het tekenen ingekrompen wordt. Een ernstige zaak.” 

Kop en verhaal waren van mijn hand, want ik werkte inmiddels als verslaggever bij dagblad De Zaanlander en was naar Zoeters afscheidsreceptie gestuurd voor een stukje in de krant. Na de toespraken ging ik in het rijtje wachtenden staan om afscheid van hem te nemen. 

Zoeter herkende mij en drukte me hartelijk de hand. “We hebben het u soms wel heel moeilijk gemaakt”, zei ik, in een halfhartige poging om het een beetje goed te maken. Hij knikte en keek mij vriendelijk aan. “Maar ik heb ook veel van jullie gehouden”, zei hij.

Ik heb dat niet gebruikt in mijn verslag. Jammer. Het plichtmatige stukje dat ik over het afscheid schreef, zou er een stuk beter door zijn geworden.   

Of ik echt op 30 mei naar de reünie van het lyceum kom, weet ik niet. Ik twijfel. Aart, Cindy, Huib en Huib, Marjolein en al die anderen ken ik immers niet, en ik zal Bertha, Klaas, James, Piet, Prutje, Bacchus en vooral Leo denk ik te veel missen. 

Leo Zoeter overleed op 26 maart 1986, 81 jaar oud. ‘Na een dapper en in wijze berusting gedragen ziekte’, stond in zijn overlijdensadvertentie. Hij werd begraven op begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam.

De reünie van het Zaanlands Lyceum wordt gehouden zaterdag 30 mei 2026 in het gebouw van de school, Vincent van Goghweg 42, 1506 JD Zaandam. Alle oud-leerlingenen -medewerkers kunnen zich inschrijven.

Door: Martin Rep. Op de foto helemaal boven: Zoeter in zijn tekenlokaal. Op de achtergrond stroomt de Zaan.