Sommige mensen vertrekken uit de Zaanstreek, maar laten haar nooit los. Martin Rep is zo iemand.

Hij vertrok begin jaren zeventig, maar bleef kind van de Meidoornstraat. Van de Bleekerstraat. Van juf Siene Jansen. Van de geur van boeken, brommers en natte sporttassen. Journalist van de Zaanlander. Van de Zaan, die langzaam stroomt maar alles onthoudt.

Door Piet Bakker en Merel Kan 

Op 28 januari 2016 verscheen zijn eerste bijdrage op De Orkaan. Het was geen grootse entree, geen tromgeroffel. Gewoon een verhaal. Over een leraar. Over school. 

De kennismaking was een paar dagen eerder, in Grand Café Wonders aan de Dam. Martin had die plek zelf voorgesteld. Symbolisch, zei hij. Dat klopte. Hij zat daar als iemand die wist wat hij kwam brengen. Misschien wat zelfvoldaan. Op het randje van arrogant zelfs. Maar wel het soort arrogantie dat je je kunt permitteren als je zinnen kloppen en als je verhalen staan en je weet waar je over schrijft. 

Later zou hij die ontmoeting beschrijven in een van zijn stukken. Hij schreef dat Merel eerder vertrok, met haar ‘damestasje’. Dat detail bleef hangen. Niet alleen omdat ze in haar leven nooit een damestasje heeft gedragen, maar ook omdat hij vergat te vermelden wat er daarna gebeurde. Dat de dame degene was die de rekening betaalde. In de jaren waarin De Orkaan geen cent had, alleen doorzettingsvermogen. 

Martin en Piet bleven daarna zitten. Zoals journalisten dat doen. 

Sindsdien schreef Martin Rep bijna elke twee weken voor De Orkaan. Ruim tweehonderd keer. En vrijwel zonder uitzondering gold: er viel niets aan te verbeteren. Zijn stukken kwamen binnen zoals ze bedoeld waren: af, eigen, met ritme en toon. Dat is zeldzaam.

In het hoogst uitzonderlijke geval dat er wel foutjes in zijn bijdragen zaten, kreeg ‘de redactie’ een veeg uit de pan. Rep vertrouwde erop dat wij die tackelden. Zijn fouten waren onze fouten.

Martin schreef over mensen. Over leraren, buren, sporters, winkelhouders, muzikanten, familie. Over mensen die je misschien kende, of waarvan je dacht: dat had mijn oom kunnen zijn. Hij schreef over Zaans leven zoals het was, en soms nog steeds is, zonder het mooier te maken dan nodig, maar altijd met mildheid (behalve dan toen met dat damestasje). 

Maar onder al die onderwerpen lag steeds dezelfde laag: tijd. Wat verdwijnt. Wat blijft. Wat je meedraagt, ook als je al lang weg bent.

Zijn verhalen zijn doortrokken van muziek, voetbal en literatuur. Van Puch-bromfietsen en schoolpleinen. Van ZFC en Ajax. Van Aznavour en The Stones. En van sigarenmagazijn Rep, waar de wereld overzichtelijk was.

Soms kwam hij dichtbij. Bij zijn ouders. Zijn grootouders. Zijn jeugd. Soms erg dichtbij, zoals in het aangrijpende stuk over de dood van zijn dochter Natasja. Dat zijn letters, woorden, zinnen die je niet even leest, maar die je lang bij je houdt. 

Na tien jaar staat er geen standbeeld voor Martin Rep. Dat hoeft ook niet.

Je kan de Rep wel uit de Zaan halen, maar je haalt de Zaan nooit uit de Rep.

Zijn columns zijn het monument. Ze bewaren wat verloren zou gaan: stemmen, plekken, momenten. En ze doen dat met vakmanschap, eigenzinnigheid en een zelfvertrouwen dat soms schuurt, maar meestal precies terecht is. Met een mooie Zaanse uitdrukking: spot on.

Tien jaar Martin Rep op De Orkaan… We schreven dit stuk in de verleden tijd. Maar de Zaan stroomt door.

Op naar de komende tien jaar Rep!

Hieronder 25 keer Martin – min of meer chronologisch (klik of swipe)

Door Martin Rep (met een beetje hulp van Piet Bakker en Merel Kan).