‘Ik dacht serieus dat ik er tinnitus bij had gekregen.’

Het is een reactie onder een artikel op De Orkaan. Geschreven door een bewoner uit onze streek. Hij was opgelucht dat het geen blijvende gehoorschade bleek te zijn, maar woedend dat het wél gewoon mag. Een scooter met een te luide uitlaat krijgt een bekeuring; dit kan doorgaan, niemand heeft een antwoord of een stopknop.

De brom uit het Westelijk Havengebied is geen incident. Het is een patroon. We schreven er eerder tig keer, en ook de afgelopen week, niet voor de kat zijn kut, drie keer over. 

Het gaat om een patroon dat zich al jaren herhaalt en steeds dezelfde uitkomst heeft: bewoners die wakker liggen, ramen sluiten en meldingen doen die worden doorgeschoven en bestuurders die erkennen dat het vervelend is, maar verder ‘weinig kunnen doen’.

Wat opvalt, is niet alleen de hardnekkigheid van de steeds terugkerende overlast, maar vooral het structurele gebrek aan eigenaarschap. Iedereen speelt een rol, de ellende wordt erkend. En niemand neemt de verantwoordelijkheid.

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied hoort de brom, meet hem (m/v) en bevestigt de klachten, maar is niet bevoegd. Die bevoegdheid zou liggen bij Port of Amsterdam. Het havenbedrijf erkent de overlast, zegt zich bewust te zijn van het probleem, maar benadrukt tegelijk dat de middelen beperkt zijn. En de gemeenten? Amsterdam? Zaanstad? Zij verwijzen terug, door en duiken.

De brommende bedrijven lossen vervolgens, vrolijk brommend, in dagen of weken, hun lading. Waarna ze vertrekken. En daarmee verdwijnt ook de urgentie… tot de volgende keer.

Voor omwonenden is dit een uitputtingsslag. De overlast is niet constant, maar komt in golven. Afhankelijk van welk schip er ligt, welk aggregaat draait en hoe de wind staat. Juist daardoor is het bijna onmogelijk om structureel weerstand te organiseren. De boosheid laait op wanneer de brom het hevigst is en ’s nachts slapen onmogelijk wordt. De actiebereidheid ebt weer weg zodra het schip vertrekt. 

Dat mechanisme werkt in het voordeel van het brommende commerciële systeem en in het nadeel van bewoners.

Mensen werken, hebben een leven, zijn druk en hopen dat het niet meer komt. Maar het komt weer. 

Intussen zien we hoe serieus de gevolgen zijn. Mensen melden zich niet meer bij de Omgevingsdienst omdat ze weten dat het niets oplevert. Anderen slapen weken slecht. Er zijn bij De Orkaan bewoners bekend die zijn verhuisd. Niet omdat ze dat wilden, maar omdat wonen in hun eigen huis onhoudbaar werd. Dat is geen bijzaak. Dat is een serieus probleem.

De vergelijking die bewoners zelf maken, snijdt hout. Een scooter met een te luide uitlaat wordt van de weg gehaald. Daar is handhaving. Daar is normstelling. Maar een schip dat nachtenlang een laagfrequent geluid over kilometers verspreidt, mag blijven liggen. Het verschil is niet technisch, maar bestuurlijk.

De kern van dit dossier is dan ook niet walstroom, hoe noodzakelijk die ook is, maar verantwoordelijkheid. Zolang niemand het lef heeft om consequenties te verbinden aan herhaalde overlast, blijft de oplossing tijdelijk en afhankelijk van de goodwill van bedrijven en rederijen.

De ironie is dat we dit inmiddels allemaal weten. Ook wij schrijven al jaren over dezelfde problematiek. Nieuwe scheepsnamen, nieuwe quotes, dezelfde afloop. Dat is frustrerend. Niet alleen journalistiek, maar maatschappelijk. Je wilt vooruitgang kunnen melden. Geen herhaling. Op herhaling, op herhaling, op herhaling.

Er zullen vast stevige gesprekken zijn tussen de ‘verantwoordelijke’ instanties en bedrijven. Het wrange is dat omwonenden daar niets van horen. 

Dit dossier van falend beleid vraagt niet om nóg een overlegtafel, maar om eigenaarschap. 

Tot die tijd blijft de situatie precies zoals zij nu is. Bestuurders horen elkaar. Bewoners horen de brom.

Door: Merel Kan.