Het pluche laat ze niet los. Nog geen drie maanden nadat Wessel Breunesse en René Tuijn hun wethouderspost in de steek lieten, springen de twee midden in het politieke debat. Niet vanuit het stadhuis, maar vanuit een podcaststudio met hun eigen podcast ‘Zaans Pluche’. Mogelijk gemaakt met het geld dat ze verzamelden op hun afscheidsfeest georganiseerd door de burgemeester.
De twee voortijdig opgestapte wethouders oreren niet als bestuurder, niet als gekozen volksvertegenwoordiger, maar als liefhebber, zoals ze het zelf noemen. Als mensen die met afstand naar de politiek kijken en uitleggen hoe het systeem echt werkt.
Dat klinkt sympathiek. Tot je bedenkt dat het hier niet gaat om twee betrokken Zaankanters die de raad al jaren volgen vanaf de publieke tribune.
Het gaat om bestuurders die tot voor kort zelf aan de Zaanse knoppen zaten, en het netwerk hebben waar anderen alleen maar van horen.
Aan het NHD vertellen ze olijk en vrij over hun nieuwe hobby. En over het feit dat hun eigen vertrek geen onderwerp zal zijn.
Dat vind ik gek.
Hun ontslag was geen voetnoot in de lokale politiek. Het was een gebeurtenis die het bestuur liet wankelen en de gemeente in politieke onzekerheid wierp.
Het voelt extra ongemakkelijk omdat ze een verzoek om terug te kijken op de crisis, waarin zij een hoofdrol speelden, hebben afgewezen. Voor de burgemeester reden genoeg om dan de, door hem beloofde, reflectie maar helemaal te laten schieten.
Er is geen enkele publieke politieke verantwoording, maar het duo kiest er wel voor om vanuit een veilige positie opnieuw het politieke debat in te stappen, net voor de komende verkiezingen. Wel het podium, niet de verantwoordelijkheid.
Tegelijk zeggen ze dat ze met hun podcast vertrouwen in de politiek willen herstellen. Maar vertrouwen ontstaat niet door selectieve openheid. Als je uitlegt hoe politiek echt werkt, hoort daar ook bij hoe jouw eigen politieke keuzes tot stand kwamen. Zeker als die keuzes directe, negatieve, gevolgen hebben voor je gemeente.
Macht loslaten is moeilijk. Niet alleen omdat het werk intens is of omdat het ritme van het bestuur wegvalt, maar omdat het ook identiteit wordt. Het geeft toegang, status, invloed en betekenis. En als die formele macht wegvalt, blijft soms de behoefte bestaan om onderdeel te zijn van het gesprek, van de analyse, van het politieke verhaal.
Natuurlijk mogen oud-wethouders een podcast maken. Natuurlijk mogen ze hun ervaringen delen. Maar laten we niet doen alsof deze heren gewone politieke hobbyisten zijn. Dit zijn bestuurders die nog te dicht zitten op het huidige college: het pluche plakt nog aan hun kont, en ze vegen het niet af.
Wie voorziet ze van toiletpapier?
Diep, diep, dieptriest...
Wij willen weten wàt de redenen zijn geweest om zo'n drastische stap te zetten. Heb hierdoor gewoon een afkeer gekregen van veel van de Zaanse politiek. Bah!
Moest er niet eerst een cursus worden gedaan?