Naar aanleiding van onze berichtgeving van 8 november over de interne crisis binnen GroenLinks-PvdA Zaanstad en de poging om de kandidatuur van Eylem Köseoglu te blokkeren, ontvingen wij een opiniereactie van Youssef el-Messaoudi, GroenLinks-raadslid in Amersfoort. 

El-Messaoudi schrijft vanuit zijn eigen politieke ervaring over de bredere bestuurscultuur die volgens hem zichtbaar wordt in de zaak-Köseoglu. Zijn bijdrage plaatsen wij hieronder integraal: 


De situatie rond raadslid Eylem Köseoglu in Zaanstad laat zien hoe een bestuurscultuur een volksvertegenwoordiger niet alleen kan frustreren, maar zelfs kan proberen uit te schakelen. Wat hier de afgelopen weken zichtbaar is geworden, is geen incident en ook geen misverstand. Het is een patroon dat velen van ons herkennen, maar zelden zo onverbloemd aan de oppervlakte komt als nu. Een raadslid dat eenvoudige, terechte vragen stelt over de werkwijze van een interventieteam, wordt ineens een probleem dat moet worden geneutraliseerd. Niet door de oppositie, niet door boze inwoners, maar door het eigen college en zelfs door de eigen partij.

Wat deze zaak nog pijnlijker maakt, is dat juist bestuurders van partijen die zeggen te staan voor gelijkwaardigheid, sociale rechtvaardigheid en het tegengaan van discriminatie hier een hoofdrol spelen. Het gaat om wethouders van de PvdA en GroenLinks, en een burgemeester die eveneens uit de PvdA komt. Dat maakt de situatie niet alleen beschamend, maar ronduit cynisch. Je kunt niet in verkiezingsprogramma’s pleiten voor het bestrijden van institutioneel racisme en tegelijk raadsleden met een migratieachtergrond onder druk zetten zodra zij kritische vragen stellen over beleid dat mogelijk nadelige gevolgen heeft voor dezelfde groepen die je zegt te willen beschermen. Dat is geen ongelukkige samenloop, dat is hypocrisie.

Institutioneel racisme bestaat niet alleen in formulieren, systemen of procedures. Het zit juist in dit soort reflexen: mensen met een andere achtergrond die in posities van invloed of zichtbaarheid komen, worden sneller gewantrouwd, sneller gecorrigeerd en eerder gezien als lastpak wanneer zij hun rug recht houden. In het geval van Köseoglu is zichtbaar hoe een raadslid dat opkomt voor inwoners niet wordt beschermd, maar wordt geïsoleerd. Hoe een kritische stem ineens bestempeld wordt als lastig, verdelend of ongeschikt. Hoe interne procedures worden ingezet om iemand weg te drukken in plaats van te luisteren naar wat er inhoudelijk is ingebracht. Wie dit geen institutioneel racisme noemt, kijkt weg.

Ik ben sinds 2010 raadslid in Amersfoort. Ik heb in vijftien jaar veel gezien, veel meegemaakt en weet hoe subtiel, maar ook hoe hard dit soort mechanismen kunnen werken. Hoe snel er fluistercampagnes ontstaan. Hoe makkelijk kritische geluiden van raadsleden met een migratieachtergrond worden weggezet als emotioneel, onprofessioneel of onverenigbaar met “hoe we het hier doen”. Maar wat er nu in Zaanstad gebeurt, is extreem. Het is beschamend dat een gemeentebestuur niet de inwoners teleurstelt, maar een eigen raadslid dat zijn werk doet.

De pijnlijke werkelijkheid is dat Eylem Köseoglu niet is uitgegleden over een politiek meningsverschil, maar over een bestuurscultuur die moeite heeft met raadsleden die geen onderdeel willen worden van het probleem. Een cultuur waarin macht belangrijker lijkt dan rechtvaardigheid. En waar het zogenaamd “verbindende” geluid uit sommige partijen in de praktijk vooral betekent dat je vooral niet te kritisch, niet te zichtbaar en vooral niet te onafhankelijk moet zijn als je niet tot de traditionele groep behoort.

Deze situatie is een schandvlek voor het lokale bestuur. Dat het afkomstig is uit kringen waar je het níet zou verwachten, maakt het des te erger. Wie zegt te strijden tegen uitsluiting, maar ondertussen een raadslid buitenspel zet omdat zij durft te benoemen wat velen niet willen horen, is niet geloofwaardig.

De casus-Köseoglu laat zien dat de grootste bedreiging voor onze lokale democratie soms niet van buiten komt, maar van binnenuit. Raadsleden moeten vrij kunnen spreken. Zeker raadsleden die de stem vertolken van groepen die te vaak over het hoofd worden gezien. Als die vrijheid wordt ingeperkt, als mensen worden afgestraft omdat ze hun werk doen, dan is niet het raadslid het probleem maar dan faalt het bestuur.

Het is tijd om te erkennen dat institutioneel racisme ook binnen politieke partijen en gemeentebesturen kan bestaan. En dat het onverminderd doorwerkt, zolang we niet eerlijk durven kijken naar wat hier nu zo pijnlijk zichtbaar is geworden. Wat er in Zaanstad is gebeurd, mag nooit normaal worden. Niet daar, niet ergens anders, en zeker niet binnen partijen die zichzelf presenteren als voorvechters van gelijkwaardigheid.

Youssef el-Messaoudi 

Gemeenteraadslid GroenLinks Amersfoort

Door: Youssef el-Messaoudi met een inleiding van Dorine Kat.