Sociale Woningbouwwijken: Talmabuurt, Zaandam

De sociale woningbouw uit de eerste helft van de vorige eeuw leverde karakteristieke woonwijken op met huizen die nu zo’n 100 jaar oud zijn. Wat daarmee te doen? Sloop of renovatie?

Zaanstad liet onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van de wijken doen. Uit dat onderzoek put De Orkaan de komende weken.

Vandaag: Talmabuurt, Zaandam (1919-1920)

De buurt ligt tussen Peperstraat, Verzetsplantsoen en de Gerhardstraat. De helft christelijk (Talmaplein, Klaas Katerstraat), de andere helft socialistisch (P.L. Takstraat, Dominee Baxstraat).

Boven de Klaas Katerstraat in 1935, onder de P. L. Takstraat vlak na de bouw in 1920. Daaronder dezelfde straat vanaf dezelfde plek gefotografeerd in juli 2019.

Uit de inventarisatie van Cynthia van den Berg van Zaanstad:

“Ten oosten van de Oostzijderkerk kwam rond 1917 een bouwlocatie vrij, naast het ‘oude’ kerkhof (het huidige Verzetsplantsoen) en ten zuiden van het Franschepad. Patrimonium zou 78 huizen, een winkel en een kantoor neerzetten en ZVH 69 huizen, een winkel en een badhuis.

De Amsterdamse architecten Gulden en Geldmaker ontwierpen, net als bij Vissershop, de woningen voor ZVH. De architecten Kuipers en Ingwersen ontwiepen de woningen voor Patrimonium.

Centraal in het plan is een plein gesitueerd met zowel naar het noorden als het zuiden twee gebogen straten. Het plan had voor die tijd een royale groene opzet en ook de woningen waren voor die tijd ruim met een praktische plattegrond.

Het ontwerp sloot aan bij de socialistische idealen van de architecten en woningbouwverenigingen. Een centraal plein zou bijvoorbeeld gemeenschapszin vergroten en een woonkamer aan de tuinzijde moest het gezinsleven stimuleren.

De woningen zijn voor Zaanse begrippen rijk versierd met bogen, pilaren bij de ingang, golvende daklijsten, gevelstenen met Zaanse motieven en twee grote, in steen uitgehouwen gedichten die het ontstaan van de buurt bezingen. De pilaren bij de ingangen waren ook terug te vinden bij de woningen op het Vissershop. De meeste huizen staan er nog. Alleen in de P. L. Takstraat zijn enige blokken vervangen door nieuwbouw.”

(Die blokken in de P.L. Takstraat moesten worden gesloopt omdat in de jaren zestig de straat intensief werd gebruikt voor doorgaand vrachtverkeer tijdens werk aan Peperstraat en/of Gerhardstraat, daar kon de fundering niet tegen.)

Onder: Klaas Katerstraat (westelijke deel, vroeger, GAZ) en het deel richting de Gerhardstraat (2017).


In het begin van de twintigste eeuw werden woonwijken ontwikkeld voor arbeiders die werden gebouwd met moderne technieken en waarvoor architecten van naam werden aangetrokken. Hier meer Sociale Woningbouwwijken. De serie is gebaseerd op onderzoek dat Cynthia van den Berg van de gemeente Zaanstad deed naar de cultuurhistorische waarde van de wijken (pdf).

5 Reacties op Sociale Woningbouwwijken: Talmabuurt, Zaandam

  1. Rienk vd Molen schreef:

    “De Amsterdamse architecten Gulden en Geldmaker”.
    Zoiets verzin je toch niet?
    Zeker van architectenbureau V.o.f. Poen, aan de Inflatielaan in de Daalderwijk.

  2. Monique Zonneveld schreef:

    Ik mag toch hopen dat deze buurt niet gesloopt gaat worden en behouden blijft. Dit is een uniek stukje historie en leuke wijk. Vissershop is toen ook gesloopt en dit is niet meer het vissershop als vanouds.

  3. Lize Koele schreef:

    Wij wonen al 37 jaar tot volle tevredenheid als 1e bewoner in een van de “nieuwbouw” huizen in de P.L.Takstraat. Inmiddels hebben wij binben ca 8 jaar tijd voor de 2e maal van ZVH aanbod ontvangen om ons huis te kopen.Was 25 jaar geleden voor ons financieel wel haalbaar, maar inmiddels niet (meer). Wij willen hier onze laatste adem uitblazen.

  4. Peter Prins schreef:

    Bij de oplevering van de Talmabuurt in 1919 konden mijn overgrootvader en mijn overgrootmoeder verhuizen naar een hoekwoning van Patrimonium in de Jan Windhouwerstraat. Ze hadden toen al 9 kinderen. Boven waren 3 slaapkamers. De ouders sliepen in de kamer achter de woonkamer.

    Het moet voor het gezin een hele vooruitgang zijn geweest: een grote stenen woning met keuken en inpandige wc, zoals destijds door de gemeente werd voorgeschreven naar aanleiding van de Woningwet 1901.

    Helaas overleed mijn overgrootmoeder al in 1920 op 45-jarige leeftijd, volgens de overlevering aan tuberculose (toen volksziekte nummer 1).

    In de tentoonstelling ‘Zonnestraal, Schip op de heide’ in museum Het Schip in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt wordt een aanzienlijk deel besteed aan de bestrijding van tuberculose in die tijd. Het was voor mij niet bekend dat veel nieuwe woningen van woningbouwverenigingen werden toegewezen aan lijders van tbc, omdat hun oude en ongezonde houten huisje vaak oorzaak van deze ziekte was. Ik sluit niet uit dat mijn overgrootouders om die reden de nieuwe woning hebben kunnen huren.

    Een bezoek aan dit museum is zeer aan te bevelen als je meer wilt weten over de woonomstandigheden van de arbeidersklasse in de 19de eeuw en de reacties daarop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *