In de nacht van vrijdag op zaterdag verschenen er spandoeken in Oostzaan. Tegen statushouders. Aan de gevel van het gemeentehuis, rond het Kerkplein en op de rotonde aan de Kolkweg.

De afzenders noemen zich ‘Oostzaanse ouders’.

Ouders.

Dat is een interessante woordkeus. Want wie ’s nachts anoniem spandoeken ophangt om een groep mensen weg te zetten, gedraagt zich niet als ouder. Die gedraagt zich als een kleuter die na bedtijd nog even met een stift over de muur gaat.

Daar mag een burgemeester best iets van vinden. En ja, er komt een persbericht.

De reactie van Oostzaan is zorgvuldig geformuleerd. Er zijn geen plannen voor een AZC. Statushouders worden volgens landelijke afspraken verdeeld. Spandoeken zonder vergunning mogen niet aan lantaarnpalen. De gemeente begrijpt dat er zorgen zijn. En inwoners kunnen natuurlijk altijd met elkaar in gesprek.

Allemaal waar en keurig netjes. Maar het belangrijkste ontbreekt.

‘Dit past niet bij Oostzaan’ en ‘Anonieme acties tegen groepen mensen vinden we onacceptabel.’ Dat had de kern van de reactie moeten zijn.

In plaats daarvan krijgen we een bestuurlijke omweg waarin vooral wordt uitgelegd hoe het allemaal zit. Alsof het probleem vooral is dat mensen denken dat er een AZC komt, en niet dat er midden in het dorp spandoeken hangen tegen statushouders.

Zo werkt het natuurlijk niet.

Wie zich ‘Oostzaanse ouders’ noemt, zou moeten weten hoe opvoeden werkt. Elke ouder weet: als een kleuter midden in de nacht kattenkwaad uithaalt, ga je niet eerst een uitleg geven over de regels voor openbare ruimte. Dan zeg je dat het niet kan. Geen discussie, punt.

Een burgervader heeft dezelfde rol, of zou die moeten hebben. Niet alleen uitleggen, maar ook grenzen stellen. Soms moet je gewoon zeggen: dit doen we hier niet.

Krijsen in de supermarkt, vlaggen halfstok hijsen, in het wildeweg tegen schenen schoppen, spandoeken ophangen of op de grond gaan liggen of rollen, omdat ze iets niet krijgen, is gedrag dat om duidelijkheid vraagt.

Burgemeester Polak had deze ‘Oostzaanse ouders’ over de bestuurlijke knie kunnen leggen. Om duidelijk te maken dat dit geen dorp is waar je anoniem groepen mensen wegzet met spandoeken.

In plaats daarvan lijkt de grootste zorg dat de kleuters niet boos worden.

Dat is misschien politiek verstandig.

Maar opvoedkundig een blunder.

Door: Merel Kan. Lees hieronder het gehele persbericht van Oostzaan.

7 maart 2026

PERSBERICHT

Gemeente reageert op opgehangen spandoeken en vlaggen

In de nacht van 6 op 7 maart zijn er in Oostzaan vlaggen en spandoeken opgehangen op verschillende plekken in het dorp. Op de spandoeken wordt geprotesteerd tegen de komst van statushouders en een asielzoekerscentrum (AZC). De gemeente heeft hier kennis van genomen en reageert met dit persbericht op deze uitingen.

Er zijn geen plannen voor een AZC
De gemeente wil benadrukken dat er geen plannen zijn voor een asielzoekerscentrum of andere grootschalige opvanglocatie in het dorp. Wel wonen in Oostzaan enkele statushouders. Dit zijn mensen met een verblijfsvergunning die via de woningcorporatie een woning hebben toegewezen gekregen. Het gaat om een klein aantal mensen dat hier is gehuisvest. 

Landelijke en regionale afspraken
Statushouders worden over gemeenten verdeeld op basis van de landelijke verdeling, ook wel bekend als de Spreidingswet. Daarnaast heeft de gemeente regionale afspraken gemaakt met omliggende gemeenten over de huisvesting van statushouders en asielzoekers. Op basis van deze afspraken vangt de gemeente geen asielzoekers op. En dat zal in de nabije toekomst ook niet gebeuren. 

De gemeente verwijdert de uitingen
De opgehangen vlaggen en spandoeken zijn zonder toestemming geplaatst. Volgens de regels voor het gebruik van de openbare ruimte is het niet toegestaan om zonder vergunning spandoeken of andere uitingen op te hangen aan bijvoorbeeld lantaarnpalen, verkeersborden of overheidsgebouwen. De gemeente heeft deze daarom laten verwijderen.

Er is ruimte voor zorgen en vragen
Tegelijkertijd begrijpt de gemeente dat dit onderwerp vragen, zorgen of gevoelens kan oproepen bij inwoners. De druk op de woningmarkt is groot en is sprake van een tekort aan woningen, ook voor Oostzaanse jongeren. De gemeente heeft nadrukkelijk oog voor deze situatie en zet zich hier onverminderd voor in. Burgemeester Polak zegt hierover: ‘Het is belangrijk dat inwoners hun zorgen kunnen uitspreken en met elkaar in gesprek blijven. Daar is altijd ruimte voor. Tegelijk vinden wij het noodzakelijk dat dit op een respectvolle en open manier gebeurt, waarbij iedereen zich veilig en welkom voelt in ons dorp. Uitingen die mensen uitsluiten of beledigen passen daar niet bij.’

De gemeente roept op tot gesprek
De gemeente roept inwoners op om vragen of zorgen via de gebruikelijke en democratische weg te delen. Bijvoorbeeld door contact op te nemen met de gemeente. Of door op een respectvolle en veilige manier met elkaar in gesprek te gaan. Ook een gesprek met de gemeente is mogelijk als daar behoefte aan is. Burgemeester Polak: ‘We wonen samen in dit dorp. Juist daarom is het belangrijk dat we naar elkaar blijven luisteren en elkaar met respect behandelen. Iedereen moet in ons dorp een veilig thuis kunnen vinden.’