In de meer dan dertig jaar dat ik bestuurder was, heb ik de portefeuille verkeer nooit beheerd. En dat was maar goed ook, want infrastructuur was niet mijn sterkste kant. Ik heb in de loop der jaren wel ervaren dat beslissingen over infrastructuur bepalend kunnen zijn voor de sociale samenhang en de bereikbaarheid in woongemeenschappen. 

Daarom lees en beluister ik de discussie over de spoorwegovergang op de Guisweg met een frons. Ik zie Koog aan de Zaan en Zaandijk als door wegen, fly-overs en obstakels, in stukken gehakte dorpen voor me, met Rooswijk als appendix aan de overzijde van het spoor. De vervanging van de spoorwegovergang zou een fantastische kans moeten zijn om daar verbetering in te brengen. Ik herinner me het positieve effect van de verlegging van de A1, waardoor mijn gespleten dorp Diemen eindelijk een eenheid werd. Verlost van lawaai, onveiligheid en fijnstof. Eindelijk woningbouw, waar dat vroeger niet kon.

Toen, zo’n dertig jaar geleden, bijna alle spoorwegovergangen om veiligheidsredenen werden opgeheven, had die beslissing een negatief effect voor fietsers, die soms kilometers moesten omrijden. Na veel gelobby door de Fietsersbond en het Fietsplatform kwamen er alternatieve routes. De keuze voor de ondertunneling is weliswaar een goedkopere oplossing dan de verdieping van het spoor, maar de keus heeft ook enige, niet in euro’s uit te drukken, nadelen. Ik ben niet bang uitgevallen, maar ik fiets in het donker niet graag door een tunnel, hoe goed die aanvankelijk ook verlicht mag zijn. Op diverse unheimische plekken werden er in de loop der jaren zelfs tunnels afgesloten, vanwege hun sociale onveiligheid. 

 Ik hoop dat andere argumenten dan geld en NS- belang een rol gaan spelen als puntje bij paaltje komt. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. En bedachtzaamheid is een deugd, die politici beter past dan overhaaste besluitvorming.