Hoe maak je een succes van een literaire salon?

In een stad die een echte boekwinkel ontbeert, gaat een literaire salon van start: Mens durf te lezen, in het Zaantheater, op zondag 18 december om 16:00 uur. De schrijver Ferdinand Bordewijk staat centraal.

De buren – de Purmerend in Purmerend – vieren dit seizoen de vijfentwintigste verjaardag van hun literaire salon. Wat moet je doen om het in een tijd van ontlezen zo lang vol te houden met een boekenprogramma? (Voor jongeren: boeken zijn geprinte versies van e-readers.)

“Gewoon doorgaan en het leuk blijven vinden,” zegt José Ferdinandus met een kleine glimlach.  Zo simpel en voor de hand liggend kan een geheim dus zijn. José heeft van haar passie haar beroep kunnen maken: zij is bedrijfsleider van de mooie boekwinkel Het Leesteken in Purmerend. De kleinschalige bijeenkomsten met schrijvers die zij in haar boekwinkel houdt, en de Literaire Salon in het theater heeft een en hetzelfde doel: “Anderen laten ervaren waarom lezen mijn passie is en waarom het zo leuk is.”

ferdinandus-jose

Meteen enthousiast
José was in de jaren tachtig een frequent bezoeker van literaire bijeenkomsten in de grote steden. “Ik vroeg me af waarom dat niet in Purmerend zou kunnen. Ik heb geluk gehad dat de programmeur van de Purmaryn – Miep Boerkamp, die nu directeur is – open staat voor nieuwe ideeën en een risico niet uit de weg gaat. Zij was meteen enthousiast over het idee en vanaf dat moment ben ik betrokken bij de organisatie van de Literaire Salon.”
José zocht meteen samenwerking met de bibliotheek en een aantal vertegenwoordigers van leesclubs. “Die leesclubs zijn heel belangrijk, want daar zit een groot deel van je publiek. Ik zou dat als tip willen meegeven aan mensen in Zaanstad. En zorg ook voor een goed contact met het theater, zodat je activiteiten in het programmaboek komt te staan. Die publiciteit levert abonnementen op.”
De eerste schrijver die in de Purmaryn over zijn schrijverschap en zijn boeken kwam vertellen, was Boudewijn Büch. In het eerste programma van seizoen stond zijn biografie Boud en de biograaf Eva Rover centraal. Net op het moment dat het boek was uitgekomen. “Zo maken we de cirkel van vijfentwintig jaar rond.”

Alleen maar voorlezen
Het is dus belangrijk om te weten wat er gaat spelen in literaire wereld van Nederland?


“Ja, het voordeel van een boekhandel is dat je een goed overzicht hebt over wat erop de markt gaat komen en daar probeer je rekening mee te houden. Maar dat blijft ook een gok. Soms komen aangekondigde boeken niet uit of krijgen ze een slechte recensie. Maar dan nog kan de schrijver een interessant verhaal hebben. Dit keer hebben we voor het eerst twee middagen nog niet ingevuld. Dat geeft ons de gelegenheid om in te haken op actualiteiten. Voor het aantrekken van schrijvers maken we gebruik van de Stichting SSS Schrijvers School Samenleving en mijn netwerk met schrijvers dat ik in de loop der jaren heb opgebouwd.”

Als José de vijfentwintig jaar overziet dan constateert ze dat de schrijvers steeds beter zijn geworden in het presenteren van hun boeken. Het zijn niet allemaal begenadigde acteurs als Arthur Japin, “maar het is niet meer zoals in het begin toen de meesten alleen maar wilden voorlezen. Je moest ze dan echt overhalen om iets over zichzelf te vertellen, over hun schrijverschap en het schrijven.”

Merkt José dat het ontlezen toeneemt?

“Ja, de belangstelling is in de loop der jaren misschien iets afgenomen, maar we hebben een vaste kern die vanaf het begin de literaire salon bezoekt. Je ziet in de zaal dat boekenlezers mensen van rond de vijftig zijn en voor een groot deel uit vrouwen bestaan. Belangrijk is om schrijvers in je programma te krijgen, waarvoor je de grote zaal moet afhuren. Zoals Geert Mak over zijn boek De levens van Jan Six, in het verleden Dick Schawab en zijn boek Wij zijn ons brein en op 7 maart Herman Brusselmans met Saint Amour.”

Om jongeren te interesseren voor boeken en lezen heeft de Purmaryn jongeren ingeschakeld die naar eigen ideeën een literair café organiseren. De eerste ervaringen zijn positief. “Er was veel belangstelling voor. Het café is bedoel als podium voor jonge schrijvers, aankomende schrijvers maar ook voor jongeren die voor hun lol schrijven en blij zijn met een gelegenheid om daar aandacht voor te krijgen. Zo ’n opzet kunnen wij niet meer bedenken en dat moet je ook niet meer willen.”

bordewijk

Ferdinand Bordewijk in gezelschap van leraren van de Zuiderpark HBS in Den Haag (Tijdschrift Literatuur, 1991)

José Ferdinandus is met een boekenstand aanwezig bij Mens durf te lezen op zondag 18 december in het Zaantheater. Hier meer informatie over het programma en de kaartverkoop.

Een bijdrage van Jaap de Jong.

 

 

5 reacties op Hoe maak je een succes van een literaire salon?

  1. Peter Schaap schreef:

    – In het eerste programma van seizoen stond zijn biografie Boud en de biograaf Eva Rover centraal. –
    ZUCHT

    – En zorg ook voor een goed contact met het theater, zodat je activiteiten in het programmaboek komt te staan. –
    ZUCHT ZUCHT

    – Je ziet in de zaal dat boekenlezers mensen van rond de vijftig zijn en voor een groot deel uit vrouwen bestaan. –
    ZUCHT ZUCHT ZUCHT

    En wat is er in vredesnaam tegen ‘voorlezen’?

  2. wouter van waardt schreef:

    als lezers zijn we natuurlijk taalpuristen, en dus zie je snel dat het anders zou moeten – laten we ons echter op de inhoud concentreren en zien dat hier – voor de lezers – iets fantastisch wordt georganiseerd: een Zaanse Literaire Salon van hoge kwaliteit, iets om trots op te zijn

Hier vind je onze regels

Reageren? Ja, graag!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *