Terug naar Poelenburg

De naam Poelenburg roept sinds deze week in heel Nederland negatieve beelden op: hangjongeren, ‘tuig’, treitervloggers, pesterijen.

Maar voor mij was Poelenburg de wijk van ons eerste huis, onze eerste auto, ons eerste kindje. Tijd om terug te gaan en te kijken hoe het frisse, moderne Poelenburg van toen heeft plaatsgemaakt voor een multiculti wijk.

Een bijdrage van Martin Rep

Een paar van de ergste treitervloggers, de Turkse hangjongeren die de omgeving van de Vomar supermarkt in Poelenburg onveilig maken, zijn opgepakt. Ik kan me niet voorstellen dat het daardoor komt dat het vandaag, donderdag 15 september, doodstil is in de Zaandamse wijk. Ik had een routeplanner nodig om de weg te vinden, maar nu parkeer ik mijn auto dan toch vlak onder de voordeur van het eerste huis waar Dicky en ik samen woonden. Jaspersstraat 96. Winkelcentrum de Bloemkorf en de inmiddels landelijk bekende Vomar supermarkt zijn hier vlakbij.

Ik stap uit. Het is niet alleen heel stil in Poelenburg, maar ook heel warm en heel zonnig. Ik kijk omhoog, naar de flat op eenhoog die ooit ons huis was. De voordeur staat open, maar ik zie niemand. De buurman is aan het klussen op de galerij.

poelenburg-2

Jasperstraat nu

Ik denk terug aan hoe het was.

1970: Poelenburg. Wat een voorrecht om daar te komen wonen! Dicky en ik hadden verkering gekregen in 1968 en toen het serieus werd, lieten we ons inschrijven bij het Gemeentelijk Bureau voor Huisvesting, ook bekend als de ‘groene deur’ aan de Zuiddijk, en werden we lid van woningbouwvereniging Zaandams Volkshuisvesting (ZVH). Het was nog in de tijd van de woningnood, al was het einde wel in zicht.

Mijn twee oudere broers hadden ingewoond, vanwege die woningnood. Simon, bijna tien jaar ouder dan ik, was na zijn trouwen ingetrokken bij ‘opoe’ Rozema, de moeder van onze moeder. Zij was weduwe en had een deel van haar huis aan de Zuiddijk beschikbaar gesteld voor onderhuurders. Om financieel rond te komen, en voor de gezelligheid. De onderhuurders werden deel van de familie en kwamen ook op verjaardagen of op het jaarlijkse nieuwjaar wensen. Simon en Joke kwamen er wonen in 1962 en ervoeren wat het is om op elkaars lip te zitten. “Als opoe aardappels moest opzetten en er stond al een pannetje van mij te pruttelen, zette ze dat gewoon opzij”, vertelde Joke jaren later.

Broer Jelte, zes jaar ouder dan ik, had een andere oplossing toen hij in 1963 later ging trouwen. Ria en hij gingen wonen op de zolder van ons ouderlijk huis aan de Meidoornstraat. Ruimte zat, want mijn vader had in 1959 het huis naast zijn sigarenzaak gekocht, zodat het adres van ‘Sigarenmagazijn Rep’ voortaan trots luidde ‘Meidoornstraat 55 t/m 57’. De tussenmuur van beide zolders werd gesloopt, Jelte en Ria maakten er, met veel eigen werk, een klein paleisje van.

zuiddijk10-2

Onze inschrijfkaart van het bureau huisvesting.

Toen Dicky en ik ons met trouwplannen meldden op het kantoor van ZVH, gebeurde er iets onverwachts. De man achter het loket keek vluchtig naar onze inschrijfkaart en begon toen in een kaartenbak te bladeren.

“We hebben een mooie flat voor u aan de Lobeliusstraat”, zei hij. Poelenburg, mooi, licht, modern. In hetzelfde complex had mijn Zaanlander-collega Jan Prins kort tevoren een appartement gekregen. We hadden de flat met een aantal Zaanlander-collega’s ingewijd tijdens een met bier besprenkelde housewarming party. “Mooie flat”, zei ik. Maar Dicky keek zuinig. Te hoog boven de grond, besliste zij.
“Ik weet niet of het wel verstandig is die af te wijzen”, zei ik. “Straks staan we onder aan de lijst.” Maar Dicky hield vol.

Even later kregen we een nieuwe aanbieding: Jaspersstraat 96. Ook in Poelenburg, en met uitzicht op de zojuist afgewezen flat. Blokverwarming, dus geen eigen thermostaat, maar de onderste bouwlaag werd aan bejaarden verhuurd, “en die klagen gauw dat ze het koud hebben, dus u zit altijd goed”, zeiden ze bij ZVH.

We bezichtigden de woning. Die zag er prima uit, al zat in de deur van de tweede slaapkamer een groot gat. “Dat heeft pappa erin getrapt toen mamma de deur op slot had gedaan”, vertelde een dreumes van de huidige bewoners ongevraagd tijdens onze bezichtiging. Maar dat gat was keurig gerepareerd toen wij de flat betrokken op 26 juni 1970, de dag na onze bruiloft.

Wat een ruimte, wat een weelde. We hadden een ruime badkamer, met een douche! Een keuken met een boiler, een ouderslaapkamer en een tweede slaapkamer, waar straks ons kindje zou kunnen slapen.
Het park Poelenburg was vlak om de hoek. Op zonnige zondagen wandelden we erheen, richting de kinderboerderij. Door de week liepen we naar het prachtige en ruime winkelcentrum De Bloemkorf. Vlak daarachter, in de Thijssestraat, woonden Jelte en Ria inmiddels. In De Bloemkorf kon je terecht voor al je dagelijkse boodschappen. Er waren chique winkels, de mensen in Poelenburg verdienden goed.

Wij waren hier gelukkig. Dicky had het naar haar zin bij het Kraamcentrum Zaanstreek, ik had mijn leerlingentijd bij De Zaanlander afgerond en begon om me heen te kijken voor een andere baan. We slaagden voor ons rijbewijs, we kochten bij Garage Bakker een knalrode Eend, die we voor de deur konden parkeren. Op vrijdag kwam Dickys moeder helpen met de wekelijkse schoonmaak.

verhuizingpoelenburg

We verhuizen uit de Jaspersstraat, januari 1971. Er ligt een laagje sneeuw.

Goedkoop was de flat niet: wel 196 gulden in de maand. Maar mijn vooruitzichten waren goed, binnen een paar jaar zou ik vast meer kunnen verdienen. En ons huis was nog goedkoop vergeleken met de ERA-flats, die een paar honderd meter verderop verrezen. Zeer ruime en luxueuze appartementen, met uitzicht over de Coentunnelweg, tot ver voorbij Oostzaan. Die kostten liefst 220 gulden per maand; velen vroegen zich af of voor wie arbeidersstad Zaandam zulke dure huizen bouwde.

Hoe lang is het geleden dat we hier vertrokken? Ik moet het opzoeken in een van mijn fotoalbums. Het was januari 1971, er lag een dun laagje sneeuw in Poelenburg. Dicky was net drie maanden zwanger van ons eerste kindje. Ik ging mijn baan als streekverslaggever bij De Zaanlander verruilen voor die van stadsverslaggever bij de Amersfoortsche Courant en we kregen er zowaar een mooie doorzonwoning bij. Met voor- en achtertuin.

In Poelenburg ben ik nog wel eens een enkel keertje teruggekeerd sinds we uit Zaandam verhuisden. Maar nooit eerder ging ik terug naar de Jaspersstraat.

poelenburg1

Winkelcentrum de Bloemkorf met de Vomar-supermarkt anno nu: “Ik blijf hier toch mooi winkelen.”

De wijk is veranderd, jazeker. Poelenburg is niet langer de open, moderne en optimistische wijk van vijftig jaar geleden. Vlak bij ons voormalige huis is een winkel met de naam Tanger Markt, er is een Turks reisbureau om de hoek en ik kom op de korte wandeling van de Jasperstraat naar winkelcentrum de Bloemkorf verschillende Döner-tentjes en Turkse eethuisjes tegen. Veel schotelantennes, en de weinige mensen die ik zie, hebben een kleurtje. Dit stukje Poelenburg is heel erg multiculti geworden.

Ik sta voor de Vomar. Geen treitervlogger te zien. Ik loop naar binnen en pak een winkelmandje. De sperziebonen zien er perfect uit en kosten geen drol. Mooie zaak. Ik koop er nog een potje feta bij en reken af bij een mooie caissière die misschien wel Turks is maar geen hoofddoekje draagt.

Bij de uitgang staan wat oudere dames de gang van zaken van de afgelopen dagen te bespreken en de deining die het nieuws veroorzaakte op tv-journaals, de landelijke kranten.

“Nou, ik blijf hier toch mooi winkelen”, zegt de ene mevrouw.
“Gelijk heb je”, zegt de andere. “Ik laat me niet wegjagen.”

 


Martin Rep is medewerker van De Orkaan. Wekelijks publiceert hij een verhaal, meestal met nostalgische inslag, op zijn website www.martinrep.nl.

Zie ook zijn verhalen over:

En zijn serie over de geschiedenis van het Zaanlands Lyceum:

 

7 reacties op Terug naar Poelenburg

  1. Willemsen schreef:

    “Dit stukje Poelenburg is heel erg multiculti geworden.”
    Hoe kom je erbij die wijk als multiculti te noemen als in de wijk voornamelijk turken wonen?

  2. Hans schreef:

    @willemsen, ik neem aan dat je bedoelt Nederlanders van Turkse afkomst. Klinkt een stuk vriendelijker.

  3. Resi schreef:

    ‘Mijn’ wijk Poelenburg was een heerlijke wijk om op te groeien, de kinderboerderij, in een tentje op het veldje slapen, de Kemphaantjes, limlollies van Jamin, schaatsen over de straten, sporten in de Poelenburg, schooltuintjes….
    Mijn ouders hebben er tot vorig jaar gewoond, maar waren blij er weg te kunnen. Ondanks dat de gemeente het allemaal keurig had opgeknapt!

  4. Yvonne schreef:

    Ook ik heb een gedeelte van mijn jeugd doorgebracht in Poelenburg, in die ‘te hoge flat’aan de Lobeliusstraat. Wat een prachtige wijk was het, nieuwe ruime woningen en ja wij hadden zelfs een ‘lavet’! Buiten spelen geen probleem, hoewel ik regelmatig verdwaalde tussen de flats en huizenblokken. Ach ik was 8 jaar.

    Er woonde één Turks gezin in onze flat, ontzettend aardige mensen. Nu woont er misschien één Nederlands gezin in die flat.
    Ik heb moeite om deze situatie te begrijpen. Hoe ontwikkelt zich zoiets? Teveel mensen bij elkaar die zich niet aan willen of kunnen passen of een maatschappij die buitenlandse mensen niet accepteert? Ik ben het spoor bijster, het gaat alle kanten op.

    Wat ik weet is wat ik hier mis: RESPECT! Behorend in de top 3, misschien wel in de top 1 van het (opvoedkundige) levenslijstje.

  5. Boon schreef:

    Er wordt al jaren gezeurd en geklaagd maar verder komen we niet. Het is echt self fulfilling prophecy want al 30 jaar terug vonden de witmensen het not done om in Poelenburg te wonen. En dan nu klagen en steunen dat er alleen Turken wonen. Ja de “echte”Zaankanter ging naar Westerkoog, Westerwatering of 1 van de ander durpen in de Zaanstreek. Pas als er weer meer witmensen in Poelenburg gaan wonen zal het meer gaan lijken op andere buurten in de omgeving.

Hier vind je onze regels

Reageren? Ja, graag!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *