Anneke van Dok: Dierendag

Mijn moeder had een groot hart, maar eerlijk gezegd niet voor dieren. Bij ons thuis was nog geen wandelende tak te bekennen, laat staan een spinnende poes of kwispelende hond. Ik kan me niet herinneren dat wij kinderen er ooit om hebben gevraagd. Bovendien waren er bij ons in de buurt niet veel huisdieren. De mensen waren te arm of ze hadden het te druk met het herstel van hun door de oorlog beschadigde bestaan. En ik vrees dat de hongerwinter een ander lot voor huisdieren in petto had. 

Door anneke van Dok

Dus bij ons thuis geen kattenharen en hondenluchtjes te bespeuren. Tot de ijskoude winter van 1962 op 1963, toen Reinier Paping de Elfstedentocht won en ik met kranten onder mijn jack en in mijn fietstassen de Zaankanters van Het Parool voorzag. We woonden toen al in de H. Gerhardstraat, op één hoog.

Hij of zij glipte langs mijn benen naar binnen, nestelde zich in de woonkamer en begon aan een poetsbeurt van het kattenvel. Dat was heel dik behaard en spierwit, maar niet isolerend genoeg om op straat te verblijven. We keken onze moeder vol spanning aan. Zou zij zo hardvochtig zijn om het dier naar buiten te jagen? Dat had een jachtpartij tot gevolg gehad, want de kat bleef rustig doorgaan met het schoonlikken van zijn of haar vacht, de bewegingen van mijn moeder scherp in de gaten houdend. Na een paar spannende momenten gaf ze toe: de kat mocht bij ons blijven.

Hij of zij kreeg een kattenbak en een etensbak, maar een naam was er niet bij. Het kan zijn dat we het geprobeerd hebben hem er een te geven, maar ik herinner me de kat gewoon als Kat of Beest. Als hij of zij zich goed had gedragen, had een permanent verblijf er misschien ook nog wel ingezeten, ware het niet dat de kat mijn vaders sympathie verspeelde. Die knoopte namelijk graag tapijten, terwijl hij naar de televisie keek. We hielpen hem daar weleens mee en dan zaten we knus naast elkaar te knopen. ’s Avonds voor het naar bed gaan, werd het kleed in wording opgerold en onder de bank gelegd. Terwijl iedereen lag te slapen, kwam de kat in actie en klauwde de wol weer uit het stramien. Niet slim. Op een dag was hij of zij verdwenen. Misschien omdat het minder koud was, of dat er nog een ander baasje wachtte. We zullen het nooit weten, maar een kat of hond kwam er bij ons niet meer in.

Dierendag werd pas een feestdag toen ik zelf huisdieren opnam in ons gezin. Een poes, een kater en een cavia. En die hadden alle drie een naam: Lotje, Benno en Pluis.

De poes op de foto is niet Lotje, Benno, Kat of Beest maar Kruimel, lang geleden de poes van Orkaan-redacteur Piet Bakker.

Deel dit artikel:

3 reacties

  • Joke Grinwis-Greven

    goede middag Anneke.
    op twee hoog, naast de banen, woonde een witte poes. die is even bij jullie op vakantie geweest.

  • Milou Mulder

    Dag Anneke, leuk verhaal. Doet me denken aan het geestige boek ‘Jenny’ van Paul Gallico. Daarin beschrijft hij dat een jongetje wakker wordt als katje in een pakhuis, waar Jenny woont. Zij is de lelijkste poes van Londen, maar wel de liefste. Zij leert hem muizen op te eten en hoe hij zich moet gedragen als kat. Haar tip was: ‘when in doubt, lick!” Misschien was jullie witje ook bij Jenny in de leer geweest.

Reageren? Ja, graag! Houd je aan onze regels

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *