Anneke van Dok: Fietsie foetsie

De fietsen stonden er naakt en verworpen bij: waarvoor ooit was gespaard, of een geschenk waren geweest na lang bewezen diensten.

Studenten waren ermee naar hun laatste tentamen gereden, schoolkinderen er achterop naar hun eerste schooldag gebracht.

Door Anneke van Dok

In een zonnestraal die door donkere wolken glipte, blonk het chroom van sturen en velgen. Het oud roest dat ertussen lag, verdween uit beeld. Alsof de zon de passanten attendeerde op het onrecht dat de fietsen en hun berijders was aangedaan.

Hoewel haar fiets uitvoerig was beschreven op het daartoe bestemde formulier, bleek het toch niet eenvoudig om hem uit de massa soortgenoten tevoorschijn te halen. Ondanks de postcode die onder het zadel was gegraveerd, werd haar tot twee keer toe een vreemd exemplaar aangeboden als het hare. Ze kwam in de verleiding om één van de twee te accepteren, omdat ie aanzienlijk nieuwer was dan haar eigen fiets.

Toen haar oude karretje eindelijk voor haar stond, kon ze door ontroering even niets zeggen, wat werd uitgelegd als onvriendelijkheid want de depothouder mompelde: ‘Stank voor dank.’ Ze draaide zich giftig naar hem om: ‘Moet ik soms dankjewel zeggen voor iets waar ik niet om heb gevraagd; dat mijn fiets in een wagen is gesmeten en naar een niemandsland gedeporteerd?’

‘Kalm aan mevrouwtje,’ reageerde de man. ‘Tijdens de opruimactie worden er ook weleens vergissingen gemaakt.’

Voor het bewaren van haar rijwiel, door haar zelf betiteld als fietsendiefstal, moest ze betalen. Het woord Depotkosten verving ze in gedachte door afpersing. Maar ze zei het niet. In plaats van een rel te trappen, stapte ze op haar fiets om zo snel mogelijk weg te rijden van dit kerkhof vol fietsersleed. Ze stopte toen ze iets hoorde aanlopen. Haar jasbeschermer was beschadigd en tikte tegen het wiel. Ze kreeg het niet voor elkaar om hem op zijn plaats terug te buigen, waardoor het hinderlijke geluid haar de hele terugrit naar huis bleef herinneren aan een zeer onaangename ochtend. De schepen in het kanaal en de bedauwde weilanden konden haar stemming niet verbeteren en zelfs het sierlijke zwenken van een vroege zwaluw bekoorde haar niet.

Deze passage is opgetekend uit de mond van een ervaringsdeskundige en werd onderdeel van mijn nieuwe roman Maxime. Wie zijn auto verkeerd parkeert, krijgt een boete of een wielklem, wie zijn fiets per ongeluk tegen een lantaarnpaal op De Dam zet, moet een halve snipperdag opnemen om hem terug te krijgen.

Geachte bedenker van dit systeem: “zorg voor een ruim aanbod fietsenrekken, waar je je fiets met een kabelslot  aan vast kunt maken, voordat er sancties worden opgelegd.”

Kijk bij Boek-dok.nl. voor de boeken van (o.a.) Anneke en Martin Rep.

lees meer van Anneke van Dok 1

 

 

Hier vind je onze regels

Reageren? Ja, graag!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *