In de late ijzig koude nacht van 13 op 14 Januari 1960 brak plotseling de dijk van zijkanaal H die Tuindorp-Oostzaan beschermde tegen het water uit het Noordzeekanaal. Het water kolkte en bulderde door het gat en sleet maar liefst 40 meter meter van de dijk weg. 

Cacaoverwerker Arie van Wijck die zijn brood verdiende in de boterafdeling bij Cacaofabriek de Zaan was die ochtend al heel vroeg van huis gegaan om zijn dienst om 6.00 uur te beginnen. Daar moest hij op tijd zijn om zijn collega’s af te lossen uit de nachtdienst die graag naar huis wilden. Het was gemeen koud die morgen, een koude wind maakte de rit op de bromfiets niet bepaald prettig. Het was glad en af en toe vloog er van die fijne sneeuw over de weg.

Arie was echter voorzichtig en kwam behouden aan in Koog aan de Zaan waar hij na het omkleden de boterkelder opzocht om de maten uit de nachtdienst welterusten te zeggen. In de boterafdeling wordt de geraffineerde boter door juiste kristallisatie hardgemaakt waarna het in dozen verpakt wordt voor verzending naar de chocoladefabrieken. Ook werden er cacao-boterkorrels gemaakt, granulaat genoemd, deze zijn veel gemakkelijker te verwerken in de chocolade dan de blokken van 25 kg. 

Boter van De Zaan

‘Alles is verloren’

Arie had na zijn vertrek uit Oostzaan niets van de ramp, die omstreeks dezelfde tijd moet zijn begonnen, bemerkt. 

Al kort na zijn vertrek alarmeerde de politie de inwoners van het gebied dat er water in aantocht was. Arie’s vrouw Nely belde onmiddellijk naar de fabriek om te vragen of haar man zo spoedig mogelijk naar huis kon komen. Arie bedacht zich geen moment, sprong op zijn bromfiets en reed zo snel als hij kon terug naar de Oostzanerdijk waar hij woonde. De kou deerde hem niet, zijn gedachten waren bij zijn vrouw en kinderen. Daar aangekomen zag hij dat er al bijna niets meer was te redden. Het water stond al hoog in het huis. De totale inboedel was verloren gegaan en Nely was met haar twee kleine kinderen al gevlucht.

Een uur later reed een ploegje Zaanwerkers, te weten de heren Spijker, Bruins en Flooren in een stationwagen naar het rampgebied om te kijken of ze Arie nog konden helpen. Zij troffen een verslagen Arie aan op de koude en besneeuwde dijk waar hij troosteloos over het grauwe water heen stond te kijken: ‘Jongens, Er is niets meer aan te doen. Alles is verloren’.

Dijkdoorbraak in de dijk langs het zijkanaal H. van het Noordzeekanaal

In de stationwagen werden Nely en haar kinderen naar Zuid-Scharwoude gebracht waar Arie’s schoonouders woonden. Weg van het koude water waar soms een sneeuwjacht overheen joeg. Daar konden zij in een warm en droog huis van de schrik bekomen. Intussen was het nieuws als een lopend vuurtje door Cacao de Zaan gegaan. Iedereen was begaan met het gezin wat al zoveel had meegemaakt.

Vluchten

Want Arie van Wijck was in de oorlog voor het geweld gevlucht vanuit Zeeland naar de Wieringermeer. Daar moesten ze opnieuw vluchten voor het water omdat de Duitsers de dijk opbliezen en de polders vol water liepen. En nu moest hij alweer vluchten voor het stijgende water. Een terugkerende ellende voor een gezin met nu twee kleine kinderen.

Maar bij de fabriek van Cacao de Zaan begon een spontane inzameling die binnen enkele uren 450 gulden opbracht. Burgemeester van Gelderen van Zaandijk stelde, na een bezoek van personeelschef Spijker, een tijdelijk te gebruiken woning beschikbaar aan de Stationsstraat. De eigenaar van dat huis, bakkerij De Wijn, ook van de Stationsstraat, kwam opdraven met serviesgoed en allerlei ander nuttige zaken. Kruidenier Tanger bracht gratis de eerst noodzakelijk levensmiddelen voor een gezin met twee kleine kinderen. En de directie van Cacao de Zaan schonk het getroffen gezin een bedrag van tweeduizend gulden.

Arie en Nely, nog verward en ontdaan van de ramp die hen weer getroffen had waren onthutst maar zeer dankbaar over de snelle, spontane en grote hulp die hun geboden werd. Via het bedrijfsblad De Zaanklok werd een woord van dank aan het personeel en directie gericht. Arie zou daarna nog vele jaren bij de Cacao de Zaan werkzaam zijn en zijn jubileum daar vieren.

Waterpeil

Rijkswaterstaat in IJmuiden verlaagde, onmiddellijk na het rampnieuws, het waterpeil in het Noordzeekanaal door extra te spuien met 60 centimeter wat het hoogst haalbare was. Daardoor zakte het water in Oostzaan ook met 60 centimeter maar het was nog steeds veel te hoog om terug te gaan in de ondergelopen huizen. Er werden pompen naar het gebied gebracht en opvangcentra werden ingericht.

Toen de tweeëneenhalve meter lager gelegen polder geheel was volgelopen en het water tot stilstand was gekomen, kon echt begonnen worden met het dichten van het gat in de dijk. Daarvoor was al een poging gedaan om een schip, geladen met puin, in het gat te brengen maar die werd als een luciferhoutje meegesleurd door het kolkende water.

Iedereen werd uit zijn huis gehaald, 10.000 mensen, soms met dwang, en de politie lette nu verder op de huizen om plunderaars geen kans te geven hun slag te slaan. Het gemeentebestuur verwachtte dat het zeker 4 à 5 dagen zou duren voordat de ruim 8 miljoen kubieke meter water was weggepompt.

Het water zakt, rechts het huisje van Arie (Zaanklok)

Smeerboel

Na een week vielen de straten weer droog. Het was een troosteloze smeerboel die tevoorschijn kwam, Huisraad, wrakhout en allerlei rommel maar het ergste was de dikke laag zwarte modder die overal lag. Tot in de huizen aan toe. Het betekende voor de bewoners die later mochten terugkeren schoonmaken, schoonmaken en nog eens schoonmaken. Naast alle ellende die de overstroming veroorzaakte was er slechts één slachtoffer te betreuren, een oude vrouw die een hartverlamming kreeg.

De oorzaak van de ramp werd nooit opgehelderd. Een commissie kwam tot de conclusie dat mogelijk meerdere factoren een rol hebben gespeeld. Zoals een aangelegde waterleiding die mogelijk op de plaats van de doorbraak was gaan lekken, maar daar werd nooit het echte bewijs voor gevonden.

Dam-tot-Dam

Niettemin kwam mij een nooit verder onderzocht detail ter ore wat zeker het vermelden waard is. In de hete en droge zomer van 1959 werd er de eerste Dam-tot-Dam-race gehouden. Dat was geen hardloopwedstrijd maar een tocht waarbij aandacht gevraagd werd om nu eindelijk eens te beginnen met de aanleg van een tunnel tussen Zaandam en Amsterdam onder het Noordzeekanaal door. Toen was iedereen nog aangewezen op de pont bij de Hembrug wat veel vertraging opleverde.

Teddy Scholten op de Dam

De tocht met de festiviteiten duurde maar liefst drie dagen en zelfs de winnares van het songfestival, Teddy Scholten, deed mee. De burgemeester van Zaandam, de Hr. Franken, deed ook een duit in het zakje. Gehuld in een kikvorspak maakte hij onder water door de oversteek tussen beide kanten van het eerdergenoemde zijkanaal H.

Burgemeester Franken en Dick van Rijn (AVRO) in duikerspak

Uiteraard gaf dat veel publiciteit en er waren mensen van de pers op afgekomen. Een van de fotografen die erbij liep was de Zaankanter Wim Krijt die wel een heel opvallende foto maakte. Een jongen stak plots zijn hand in een diepe scheur in de dijk. Die scheur was ontstaan door de droogte in die zomer. In de winter die daarop volgde brak de dijk over een lengte van 40 meter… wel heel toevallig.

Door Thijs de Gooijer. Bron / foto’s: Zaanklok Cacao de Zaan en Wim Krijt (Gemeentearchier Zaanstad). Foto boven: Wim Krijt (Soldaten van de genietroepen redden een man van volkstuincomplex De Bongerd).